Na alle twisten en beroering rond de leerstoel balanceerde ik geruime tijd op het randje van een zenuwinzinking. Het leek onmogelijk terug te keren naar mijn collega’s en studenten, naar het instituut met zijn eeuwenoude bibliotheek, zijn paleografische collecties, ondergebracht in het voormalige klooster dat sinds mensenheugenis verborgen lag achter hazelaars en rode beuken. In gedachten probeerde ik de nederlaag zo veel mogelijk te relativeren. Ik hield mezelf voor dat mijn ambities altijd meer inhoudelijk dan uiterlijk waren geweest. Het kwam door de dubbelhartigheid van onze faculteitsbestuurders, en het feit dat collega’s me niet hadden gesteund toen de voordracht van mijn persoon voor het professoraat op de valreep werd doorkruist. Nietemin peinsde ik erover hoe ik in elk geval mijn plezier in het onderwijs van de middeleeuwse letterkunde zou kunnen terugvinden. Nog steeds smeulde het vuur, maar het liet zich niet zomaar meer aanwakkeren. God, wat wa ik ver heen. (p.5)
Ik lees graag historische romans. Ik vind het fijn om in andere tijden of andere landen, andere sferen te zitten door middel van dat soort boeken. Maar vooral ook om dingen aan de weet te komen en daardoor weer wat wijzer te worden. Daarom lees ik ze.
Maar voor jullie verder lezen, wil ik graag een waarschuwing meegeven. Als je van holder de bolder, van te veel van alles en nog wat en van alle kanten tegelijk houdt, kun je dit boek beter links laten liggen. Er gebeurt in het boek inderdaad héél wat. Het lijkt bijwijlen dooreengestampte kost, maar dat is het gelukkig niet. Wanneer je de flaptekst leest, verwacht je denkbaar een zoveelste enerverende saga, een ongeloofwaardige roman over net niet koningskinderen. Boring! Een jongentje wordt door kustvissers uit zee gehaald en ondergebracht in een naburig klooster, bekwaamt zich daar mettertijd in de hem onderwezen specialismen, maar trekt ten langen leste, tot groot ongenoegen van de abt, alsnog de wijde wereld in. Been there, seen that, done that!
Wanneer de wind van het eigengereide (na)denken geen kant uit kan, gaat hij dwarrelen, kan hij of verdwalen of tegen al te heilige huisjes knallen. In volgend citaat uit het achtste hoofdstuk – Schrikbarende ontdekkingen, komt de visie van de zich in Parijs tot agnost, vrijdenker en schrijver manifesterende ‘ridder’ Madoc prachtig tot uitdrukking:
Studenten theologie spraken allen op de wijze van grote denkers, op een niveau alsof ze de stoffelijke wereld reeds waren ontstegen en met gezwollen gedachten in adelaarsvlucht richting het bovenmaanse wiekten. Hij had geboeid geluisterd naar zulke excercities. Toch betwijfelde hij of ze een mens ook maar iets wijzer maakten. En hij dacht: het zijn geleerde reuzen op lemen voeten, want hun premisse – er is een God – blijft onbewezen. Het oproepen en uitbeelden van een complete wereld – uit de herinnering of door louter verbbeeldingskracht – was hoe dan ook het hoogste talent van de geest. Het kon niet anders of dankzij dit talent werd ook de religieuze voorstelling van de gelovige geconstrueerd, om niet te zeggen: zijn gehele wereldbeeld. (p.390)
Dros schreef een meer dan geloofwaardige, zeer vlot geschreven roman, vol intrigerende personages die zich mijns inziens inderdaad gedragen en denken in overeenstemming met de werkelijkheid van de beschreven toentertijdse donkere dagen. Kortom, een overtuigende beschrijving van de normen en waarden en het dagdagelijkse doen en laten in de dertiende eeuw. Een ridderroman met net genoeg catastrofes, beproevingen en romances die verder bulkt van de zelfbenoemde eerzame priesters, volgevreten prelaten en dito kindermisbruikers. Schoolvoorbeelden van de toenmalige en huidige onverdraagzaamheid en nietsontziende machtswellust. Om duimen en vingers van af te likken, ware het niet zo onmenselijk en barbaars:
Hij wilde weten tot welk verdorven spel met het eigen lichaam of met dat van een andere zuster in het kwaad deze wellust leiden kon. Hij vroeg zelfs of er sprake was van een geheime bijslaap met een man. Het duister in de kapel, als in een biechtstoel, kon niet verhinderen dat de ondervraagde jonkvrouw de blik van de ondervrager voelde prangen. De meeste vrouwen waren nog van een zodanige jonkheid en gebrek aan ervaring dat de aard van de ondervraging hun de gewaarwording gaf zonder scrupules te zijn gevisiteerd in hun geheime delen, in hun nog maar nauwelijks ontloken vrouwelijkheid. Het was alsof zij, nog ongerept maar wel reeds in staat het wonder van nieuw leven door te geven, langs imaginaire weg werden gedfloreerd, diepgaand omgewoeld en kwistig bevlekt door deze heilige biechtvader die verklaarde zonder mededogen op zoek te zijn naar de diepst verborgen zonden, omdat juist in die diepte telkens nieuwe zonden zich vormden, waarna deze vervolgens in het leven werden bedreven. (p. 234)
Vragen gesteld tijdens de bespreking van ‘WILLEM DIE MADOC MAAKTE’, 5-10-2022.
- Het boek opent met een voorspel, wist dit voorspel je nieuwsgierigheid te wekken? Welke functie heeft deze inleiding denk je en hoe vond je het om dit begin te lezen?
- Hoe zou je de schrijfstijl van ‘Willem die Madoc maakte’ omschrijven? De schrijfstijl van het voorspel en het tussenspel is anders dan de stijl in Deel 1 Jeugd. Waarom zal de schrijver dat hebben gedaan?
- De belangrijkste hoofdpersonages in het voorspel, deel 1 en het eerste tussenspel zijn Willem de Reuvere en Beda. Welke indruk hebben deze personages op je gemaakt en kun je je met hen identificeren of juist niet?
- Geloof en het verschil tussen het ondermaanse en bovenmaanse is een belangrijk thema in het boek. Welke rol speelt geloof in ‘Willem die Madoc maakte’ en welke rol speelt het geloof in het leven van Beda/Madoc? Welke andere thema’s spelen een rol in dit boek?
- Het verhaal van Beda/Willem is opgebouwd in drie delen: Jeugd, Lichaam en Geest. Wat vond je van deze opbouw en welke betekenis heeft die?
- ‘Willem die Madoc maakte’ kent veel personages, is Beda/Madoc/Willem een en hetzelfde personage of is hij drie verschillende personages en hoe beïnvloedt zijn ‘gedaanteverwisseling zijn leven?
Welk ander personage is je uit dit verhaal erg bijgebleven, vond je het meest interessant of zou je graag eens willen ontmoeten?
- Heeft ‘Willem die Madoc maakte je verwachtingen waargemaakt of juist niet en waar kwam dit dan door?
- Recensies en cijfer?
Wat vonden jullie van het boek en welk cijfer wil je het geven?