Geachte Heer M.

Geachte heer K,

Ik wil beginnen met u te zeggen dat het inmiddels beter met mij gaat. Ik doe dat omdat u waarschijnlijk helemaal niet weet dat het ooit slechter met mij is gegaan. Zo begint u uw boek ‘Geachte heer M’ en zo start ik ook. Het ging namelijk een stuk slechter toen ik uw boek las, maar gelukkig is dat al weer even geleden.
Uw boek: Wat is het? Waar gaat het eigenlijk over? Er komen voortdurend schrijvers in voor, maar alle boeken waarin schrijvers door hun collega’s beschreven worden, zijn misbaksels. Creaties van frustraten, want waarom zou je de mensheid vermoeien met de probleempjes van schrijvers en hun arrogantie en onderlinge jaloezie? Schrijven over schrijven is net zoiets als het vuile badwater voor de volgende douchebeurt gebruiken. Ik neem mezelf als voorbeeld. Ik heb het ook geprobeerd, hoor. Daar niet van. Mijn grootste bijdrage aan de wereldliteratuur is dat ik alles heb weg geflikkerd. Alleen uit deze zin blijkt al dat het aan mij niet is besteed. Mijn vrouw –een leeftijdsgenoot trouwens, niet 20 jaar jonger- hoor ik nog regelmatig zeggen: wat ben ik blij dat we dat allemaal niet hoeven lezen. Ik zou er grijs van worden. Nu is ze wel grijs geworden maar niet vanwege mij. Dat komt omdat ze zulke rare en idiote boeken moest lezen, zoals ‘Geachte heer M’. Een schadevergoeding vind ik dus wel op zijn plaats. Omdat ik u hierover al eerder bij wijze van spreken heb geschreven en u het tekort op mijn bankrekening niet hebt aangevuld, heb ik bepaalde plannen met u. Welke plannen dat zijn laat ik me nu nog niet over uit.
Wat u nu hebt gedaan is een ingewikkelde geschiedenis in elkaar flansen zonder franje, zonder authentieke spanning, maar wel met afbrekend commentaar op anderen. Daarvoor hebt u twee groepen uitgekozen, namelijk het docentenvolk dat u vroeger dwars zat en het schrijvende geboefte dat u nu hindert.
Mijn advies aan u is: laat dat zitten. Vroeger? School, docenten? Da’s toch vergeten en vergeven; daar praat of schrijf je toch niet over. We hebben het hier niet over de Eerste Wereldoorlog of de Holocaust. Niemand hoeft te weten hoe teleurstellend uw middelbare school periode is verlopen, want daar schrijft u feitelijk over. Je gaat je toch pakweg 45 jaar later niet bezig houden met een of andere pietluttige leerkracht. U heeft het over lerarensterfte want zo’n beetje iedere schoolfrik in uw verhaal gaat eraan. U moet toch wel gefrustreerd zijn om dat te laten gebeuren. U lijkt wel een aangebrande gehaktbal. U beeldt iedere docent af als een kneus, als een persoon met een tic. Dit negatieve beeld staat in geen verhouding met de slimme en uitgekookte karakters van de leerlingen. Wees blij dat er onderwijzers zijn. Er zal altijd wel een ellendeling tussen zitten. Minder overigens dan onder schrijvers, als ik u tenminste mag geloven.
Ik wil nu even een Seitensprung maken en onze grote kleine generaal Pierre, de leider van onze leesclub en een begenadigde professeur eren. Wat een karakter van een man, een kerel zonder tics die zijn pen niet ondersteboven op papier houdt, zoals u. Pierre steekt wel erg schril af bij de slappe hap die u beschrijft. Hij is echt niet de grote uitzondering. Dat bent u en ik heb dan ook nog steeds plannen met u en de behoefte om dat plan A te volvoeren wordt alsmaar groter.
Het ging overigens al weer een stuk beter met mij toen ik aan het eind van uw boek op pagina 337 las dat u eigenlijk geen schrijver bent. Ik dacht ook al. Het probleem met u is, dat u schrijft alsof de satire nog steeds uitgezonden moet worden op tv. Uw deelname aan Jiskefet was best grappig. Leuk die idioot hilarische scènes met de gestoorde hoge heren van de VOC. Die grappige autisten die zich geen zier aantrekken van conventies en gewoon al pratende over boord pissen. Lachen joh!
Leuk ook die dronken geile studenten, die zich hele kerels voelen maar niet verder komen dan 26 synoniemen voor het woord neuken. Geinig joh! Ingewikkeld was het nooit; eenvoudige duidelijke grappen. Absurdistische humor; klare pretentieloze komedie; geslaagde satire. Was dit blijven doen. Wie denkt u wel dat u nu bent? U schrijft over mislukkelingen van docenten en over schrijvers met te veel poespas, maar u dweilt toch ook in de eau de cologne van de glamour omdat uw in het Engels vertaalde boek “Het diner” in Amerika zo hoog staat genoteerd of drinkt u geen champagne op dit succes? Ik vergeet maar even uw arrogante zelfoverschatting onlangs op tv. Druiloor dat u bent.
Eigenlijk heb ik nog nooit eerder zo’n kloteboek als ‘Geachte heer M’ gelezen. U ziet, u bent niet de enige die goed is in afzeikproza. Dat kan ik ook. Uw verhaal is geen literatuur want het mist structuur en mooie zinnen en dat zijn eerste vereisten voor een goed boek. U schudt maar een beetje aan de notenboom (sic) maar er komt geen muziek uit. U drukt op de knoppen maar niets komt tot ontploffing. Neem bijvoorbeeld uw opmerking dat u over de bovenbuurvrouw niet in detail zult treden. Nota bene nadat u haar erotiserende beschrijving veelbelovend bent begonnen. Niet in detail. Nou vraag ik u. Het enige waaraan ik moest denken, was mijn eerste blonde volslanke vriendinnetje met stijl haar, in t-shirt dat de navel bloot laat, boven een strak kort rokje dat 65% van het veel te mooie lijf laat zien. Een stuk uit de zestiger jaren, een spetter van een kind en een lekker ding. Een Achterhoekse stoot met Amsterdamse humor, een spring in het veld en een mooiere stoeipoes kon ik me toen niet voorstellen. Het meest viel ik nog voor haar kleine pumps. Die gingen alleen uit bij bijzondere gelegenheden. Dat zijn toch interessante details en u treedt niet in detail. Laat me niet lachen man. Waar zit uw fantasie? Zelfbevlekking is het eerste waar iedere gezonde man aan denkt en u komt niet verder dan een van de hoofdpersonen Landzaat te noemen.

U draait ook alles om. Waar een nauwgezette beschrijving vereist is, blijft die weg en waar we dat kunnen missen als kiespijn duikt die ineens op. Neem nou de ongeloofwaardige verandering in het gedrag van de depressieve leerkracht Jan Landzaat wanneer die blijkbaar in een helder moment ineens van zijn zelfmoordplan afstapt. Na zijn plan A komt plan B en dan daar weer een variant op. Uw story is geen thriller maar een giller. Ik heb daarom nog steeds hetzelfde plan met u, hoor.
Ik moet me sterk vergissen of ook de leden van onze leesclub delen mijn mening over uw paperback. Haha paperback. Neem het terug. Dat zou het beste zijn. Ondertussen hebben wij als leesclub zelf de hand maar aan de ploeg geslagen en de pen ter hand genomen. Zult nog eens zien wat spanning is en wisseling van perspectief. Kortom wat het resultaat is van seks, drugs en rock en roll, namelijk werkelijke liefde en echte lijken. Een beetje vrijen en een beetje moord horen erbij. Schrijf dat dan ook zo op zonder schrijvers te kleineren en docenten neer te halen. De grootheid van een uitstekende romancier komt uit hemzelf en niet over de rug van anderen. Het liefst duw ik u dan ook even in een Amsterdamse gracht. Sukkel, drol, flapoor, lullo.

Geert Schreur
Roosendaal, 18 september 2014

Nota bene:
p.25: “Nee het was iets anders. Wat je soms in restaurants hebt….” Dit is een korte samenvatting van het boek. Je neemt een hapje en begint te kauwen maar het smaakt naar niks. Lullo.