Nana

  

SPERMABUS

Ik moet nog wel eens denken aan Herma Bus, een opwindend en geraffineerd Achterhoeks dorpsmeisje van een jaar of vijftien, dat alle jochies tussen vijf en vijfentwintig wist te bekoren. Wat een meid. Zij zat op mijn netvlies, als een kip op haar ei en ging er niet meer weg. Ik had het echt op mijn heupen.’s Avonds in mijn veel te kouwe bed werd ik er veel te warm van: erotische gedachten, verwarrende gevoelens en uiteindelijk zondige daden. Ik geloofde niet dat ik er vergroeiingen van zou krijgen zoals de rooms-katholieke kerk voorspelde, want ik geloofde nergens meer in. Alleen in haar, die door de oudere en meer ervaren jongens Spermabus werd genoemd.
Ik zou voor haar scheurkalenders verkocht hebben, hoewel ik dat eigenlijk een afgrijselijke bezigheid vind. Geregeld bleef Ik het hele goddeloze weekend met een harde onderbuik in bed en kreeg geen hap van de boerenkool met worst meer door mijn keel. Het was alsof de melk overkookte. Ik gaf me samen met Jan Cremer over aan onreinheid en vreesde ten slotte de onvruchtbaarheid. Uiteindelijk besloot ik me van het leven te beroven en dat heb ik ook gedaan, maar ik kwam terug als nette en fatsoenlijke student. De heerlijke onbereikbare Herma doet me denken aan Nana, de hoofdpersoon uit de gelijknamige roman van Emile Zola.
In dat boek uit 1880 beschrijft Zola de bescheten adellijke mannen uit de high society; op het oog gelovige en godsvruchtige heren in gerespecteerde posities die zich vermaken met mooie behaagzieke en wulpse dames. Die vrouwen zijn feitelijk volkse hoeren die met hun schitterende schoonheid een graantje van de grandeur willen meepikken. Maar deze hitsige dames willen vooral veel goudstukken in hun boezem stoppen. Het zijn juffrouwen in aangesnoerde korsetten die met een gespeelde wellust en een opgehoogd kontje de mannen opwinden totdat ze er geil van worden en dat gebeurt al snel. Ook Nana wordt met eeuwige liefde overladen en krijgt daarom absurde geschenken en cadeaus, zoals onbetaalbare juwelen, modieuze glinsterende japons, een oogverblindende bedstee met cupidootjes, naar de laatste mode ingerichte appartementen en woonverblijven tot complete paleizen aan toe met een paardenstal waar de beste renpaarden worden gefokt en als dat niet lukt worden gekocht om door duurbetaalde buitenlandse professionals bereden te worden. Zelf wordt ze ondertussen ook bereden natuurlijk. De harddravers winnen de eerste prijzen in de Parijse Grand Prix.

De stoffige graaf Muffat denkt met Nana ook zo’n prijs gewonnen te hebben. Ook hij geeft gul voor zijn tijdelijke pleziertjes die hij met talloze anderen moet delen. De mannen staan werkelijk voor haar in de rij. De rivalen kunnen niet anders dan elkaar accepteren. Samen wonen, laat staan trouwen met Nana is er niet bij. Haar vrijheid is mannen aantrekken, onder voorwaarden de liefde bedrijven en vervolgens weer afstoten. Dat is ook haar ding, net een echt bedrijf, waarbij ze wordt bijgestaan door een kleedster, huishoudster, kok, koetsier en een tuinman en nog diverse anderen. Het personeel laat zijn handen trouwens wel thuis.
Alles wordt duur betaald door de meest gerespecteerde minnaar van dat ogenblik, zoals door een onaantrekkelijke corpulente man met een dikke portemonnee; een bankier die als het ware zijn geld laat neuken. Of de pecunia komen van een in wezen godsvruchtige kamerheer van de Koning, onze hooggeboren graaf Muffat. Hij gaat in zijn heimelijke liefde voor Nana zo ver dat zijn vrouw Sabine het kunstje afkijkt en uiteindelijk tot zijn grote verrassing ook haar korset buitenechtelijk laat zakken.
De ontuchtige en geraffineerde Nana lokt de jokers of ze nu prins, graaf of jonker zijn met haar krolse gedrag en haar schone goddelijke lijf in de val om die knapen uiteindelijk teleur te stellen én te kleineren. Of ze nu jong of oud zijn, dik of dun, mooi of lelijk maakt niet uit. Op zoek naar hun ware liefde knapt iedere vent uiteindelijk af op haar neurotische gekonkel en gedraai. Het resultaat: een lege portefeuille en hoop gedoe thuis, zoals een inmiddels ook overspelige echtgenote of een wraakzuchtige overbezorgde moeder wanneer de minnaar een jochie blijkt te zijn.
Nana’s minachting voor het mannelijk geslacht is grenzeloos en Zola weet dat meesterlijk te beschrijven. De opgewonden mannen verlaten het door Nana bewoonde maar door hun bekostigde pand geregeld totaal verbijsterd. Ze lacht om de liefdesbetuigingen van haar minnaars. Ze flikkert in het bijzijn van de gulle gever dure waardevolle liefdesgeschenken in de prullenbak. Ze laat vrijers na een opgewonden erotische stoeipartij volledig onbevredigd huiswaarts keren. Daarna gaat ze nog eens lekker van bil met hun grootste rivalen. Ze speelt de concurrenten tegen elkaar uit. Ze is op een walgelijke en ziekelijke manier onuitstaanbaar en toch wordt ze keer op keer bewonderd. Dat mens moet een goddelijk lichaam hebben! Ze moet iets speciaals hebben of de mannen zijn een stelletje idioten.
Iedereen in haar omgeving raakt een keer bevangen door deze waanzinnige persoonlijkheid én raakt ook diverse malen gekrenkt en ontgoocheld. De echte mannelijke diehards -en dat zijn ze bijna allemaal- blijven desondanks nog steeds opgewonden. Zij zijn niet in staat om deze uit het volk afkomstige vrouw los te laten ondanks de kleineringen waarover ze zich dan weer schuldig voelen. De onteerde minnaar staat bij wijze van spreken met zijn pantalon op zijn enkels buiten op straat waar een joelende massa hem uitlacht. Zo voelt de graaf zich op een gegeven moment wanneer hij in het anonieme monsterachtige Parijs ’s nachts verloren ronddwaalt. Hij is de weg volkomen kwijt; zit in de put en volledig aan de grond, maar komt er als een mirakel weer bovenop om dan weer in dezelfde cirkel van aantrekken, afstoten en uitstoten terecht te komen. Uiteindelijk is het geen vicieuze cirkel meer maar een neerwaartse spiraal. Niet alleen hij, nee iedere man die Nana in haar netten heeft gevangen gaat er kapot aan.
In zijn zoektocht naar liefdesgeluk voelt Muffat zich als een schuldig en verdwaasd kereltje op zoek naar zijn moeder. Hij wordt door Nana volledig financieel leeggezogen en vernederd en tot slot zijn de rampen niet te overzien. In deze krankzinnige sfeer bedrijft Nana de liefde die geen liefde is; zij houdt niet echt vol overgave van iemand maar dat is ook niet haar bedoeling. Het kan deze sloerie allemaal niks schelen. Het is voor haar een serieus spel van engageren en afdanken. Als ze in voorkomende gevallen schrikt van de reactie van een van haar liefjes, weet ze de aanbidder met zoete woordjes en kleine en grote leugens weer gerust te stellen. Om gek van te worden. In haar woning is het een komen en gaan van belangstellende bewonderaars die haar mollige kont bijzonder weten te adoreren en net doen of ze een begenadigd actrice is. Deze minkukels denken met een paar complimenten en een zak met goudstukken tot Nana te kunnen doordringen. Als ze platzak zijn beseffen ze pas hoe ze zijn beet genomen. Nee, Nana is geen poes met ingetrokken nagels.
Deze bevallige hoer voor de hogere standen, deze deftige cocotte, deze vuile lichtekooi, dit schaamteloze mens, deze botte vrouwspersoon, deze afgrijselijke volkse snol, deze liefdeloze moeder van een ongewenste zoon, deze neurotische griet is wel afhankelijk van de onregelmatige betalingen door haar wilde, losbandige, begerige en hunkerende minnaars, want anders kan zij haar onverhoedse luxe aankopen niet financieren. Het geld komt met scheppen binnen en gaat er in alle richtingen met scheepsladingen weer uit. Leveranciers moeten voortdurend op hun centen wachten en sommige crediteuren krijgen de rekeningen helemaal nooit betaald. Soms is ze onvindbaar en als een dief in de nacht plotseling vertrokken. Haar tante mag dan voor haar zoon zorgen.
Haar geldelijke behoefte is niet te beteugelen. Het is net zo’n zenuwachtige gril als de genotzieke fobie van haar domme en begerige bewonderaars. Adellijke zeloten zijn het, achterlijke burgers, domkoppen, halve garen, dwazen. De getrouwde of geëngageerde schuinsmarcheerders maken zich volkomen afhankelijk van de waanzinnige en nerveuze kuren van een verwende vrouw, feitelijk een bijzit en niet meer dan dat. De mannen laten zich voor een onvolwassen nummertje -als dat er al van komt- vernederen. In hun afhankelijkheid kunnen ze niet anders.

De grootste mislukkeling is Muffat, die connecties heeft in de hoogste kringen. Hij begeert Nana en dat is nog zwak uitgedrukt. Zijn weledele hooggeboren graaf voelt zich daar schuldig om, walgt dan van zichzelf en valt uit boete voor God op zijn blote knieën. Deze devote en godvrezende gentleman met bakkebaarden bidt nota bene voordat hij met Nana de koffer induikt en dat vindt hij dan weer overdreven op het moment dat zijn wellust door een lange onthouding opnieuw is opgelaaid. Muffat is uitzinnig en razend van genot. Gevangen in een gekte die wel verkeerd moet aflopen. Aan de geilheid van de kerels en de minachting van Nana komt nimmer een eind. Het is dweilen met de kraan open, totdat de dood hen scheidt.
De ontelbare personages in het boek vormen een merkwaardig gezelschap van ‘alle mogelijke genieën, die door alle denkbare zonden zijn bedorven’ (13). Deze deftige mensen blijken ‘niet netjes te zijn’ (121). Het zijn hoogstaande en edele lieden met een dubbele moraal; decadent tot op het adellijke bot. Zij amuseren zich met drankgelagen, roddel en achterklap. In het theater, de salon, het souper of de wedrennen, overal waar ze samenkomen, bespotten ze elkaar en vangen elkaar vliegen af. Ze flirten en kapen elkaars liefje waarover afgunstig gekletst wordt. Er wordt met de ogen dicht gespeculeerd en gegokt. Het geërfde kapitaal wordt over de balk gesmeten want geld speelt geen rol, maar seks en drank wel.
Fatsoensnormen worden met voeten getreden. Voorbeelden: opgewonden vrijers penetreren onaangekondigd de verkleedruimte in het theater en treffen dan Nana halfnaakt aan. Op zich is dat ook weer niet erg want ze treedt de helft van de tijd naakt op tot groot plezier van het publiek (28), waar diverse lieden een verrekijkertje hebben om zo alle details goed in zich te kunnen opnemen. Een feestje -waar meer snollen dan fatsoenlijke vrouwen zijn (116)- kan gemakkelijk uit de hand lopen. Zo wordt tijdens een braspartij uit volslagen lamlendigheid en verveling champagne in de piano gegoten en die bezopen spilzucht wekt ieders geslachtslust, sexcuus lachlust (101).
Deze levensstijl is een maniakale en paradoxale cocktail van plezier en liefdesverdriet, van warmte en jaloezie, van gemeende nieuwsgierigheid en lasterpraat. De erotische spanning is nooit ver weg; de neerslachtigheid ook niet. Diverse mannen raken in hun hunkering gefrustreerd en worden depressief. Het adellijke leven lijkt een geweldig feest, maar deze uitspattingen kennen uiteindelijk een fatale afloop. Iedereen weet dat maar niemand doet er wat aan.
Al in het begin van het boek geeft Zola een paar aanwijzingen dat het verkeerd gaat aflopen. Op pagina 60 beschrijft hij het stulpje van Sabine en Muffat als ‘grafachtige salon die de geur van een kerk uitwasemde…’. Over de kleedster van Nana, een oude vrijster, meldt hij, dat ze ‘in de gloeiende atmosfeer van de kleedkamers is uitgedroogd te midden van de meest beroemde dijen en borsten van Parijs. Ze droeg een eenvoudige zwarte en verschoten japon en op haar platte en geslachtsloze boezem was op de plek van haar hart een bosje spelden gestoken ’.
Het is de negentiende eeuw rond 1870 waar armoede en volksziekten zoals cholera en pokken vooral de lagere standen teisteren. Maar het zijn de gouden jaren van de Franse adel voor zover die nog niet door de revolutie van 1789 is gedecimeerd. Het is de glimmende en glanzende periode van de hogere bourgeoisie. Maar alle Fransen gaan er uiteindelijk aan, en een stel Duitsers ook.
Het boek van Zola eindigt op 19 juli 1870, de dag waarop Frankrijk Duitsland de oorlog verklaart. Nana sterft die dag aan de pokken. Op 2 september 1871 lijdt het Franse leger bij Sedan een vernederende nederlaag tegen de Germanen onder leiding van de militante Pruisen. Napoleon de derde wordt gevangen genomen. Parijs ligt dan al maanden onder beleg en ondertussen is op 18 januari 1871 in de spiegelzaal van Versailles het Duitse keizerrijk uitgeroepen. Wat een schande voor de Fransen, wat een kleinerende en hautaine handeling; op eigen bodem! Het is alsof Nana in Duits uniform met pickelhaube op het vonnis voltrekt.
Nana staat volgens mij symbool voor de Franse dynastie, het tweede keizerrijk, dat ook sterft aan een besmettelijke ziekte. Aan de epidemie van decadentie en hoogmoed. Waarschijnlijk heeft Zola dat beeld willen vangen door ons fatale Nana voor te schotelen. Het hele boek is een groot voorspel naar het verpletterende einde. Het is een langzaam rottingsproces. Uitgeteerd ligt madame op bed, pus en puisten bedekken haar gelaat en korsten vervormen haar eens zo mooie lijf.
De edele meute van mannen met een waterhoofd vol dwaze gedachten en schroeiplekken van brandend verlangen in het kruis, liet het gebeuren; stond er bij en keek er naar. Kunt u zich voorstellen hoe dat er uit ziet in een negentiende-eeuws rokkostuum. Stelletje lafaards, maar gelukkig is het de schuld van een vrouw of de vrouwen. Laten we daar dan maar een glas wijn op drinken.
Zola heeft deze decadente en banale vernietigingscultuur treffend in beeld gebracht. Op een humoristische manier steekt hij er de draad mee. Vooral dat is zijn verdienste en jullie maar denken dat het een kloteboek is.

Geert Schreur.
Roosendaal, 4 december 2014.