Karakter

Karakter

Naar aanleiding van het boek Karakter van Ferdinand Borderwijk.

Onze hoofdpersoon Jacob Willem Katadreuffe is de paringsvrucht van een weerzinwekkende deurwaarder en zijn jonge dienstbode. Jacob Willem is dus een bastaard, het buitenechtelijk kind van mannetjesputter Dreverhaven, die bezwijkt voor het onschuldig schoon van zijn hulp, Joba Katadreuffe. Joba is op dat bewuste erotische moment gezwicht voor de kracht van de in wezen gevoelloze vent. Het is een gouden schot, in één keer raak, eenmalig en daar blijft het bij.

Onze held wordt -in de woorden van Borderwijk- door een meid van ras ter wereld gebracht. Zijn moeder is een stroeve vrouw, met ogen als kooltjes in het vuur. Zijn vader is een kerel waarvan er geen tweede in Rotterdam bestaat (53). Hij komt via een keizersnee ter wereld en in zijn eerste jaren heeft hij allerlei kinderziektes. Hij is driftig en ongeduldig (8). Het kereltje krijgt niet de opvoeding die zijn moeder voor de juiste houdt, maar het kind mag er niet onder lijden. Volgens de moeder krijgt het jochie wel ‘het beste van het beste, maar ook dat beste is van veel minder gehalte dan het gewone in vredestijd’. Joba gelooft in een straffe hand en is zelfs strenger dan in haar aard ligt (8). Buitengewoon zuinig probeert ze haar schulden te voldoen en ondertussen wordt het baasje slachtoffer van een autoritaire en gevoelloze opvoeding. Het groeit op in armoedige en armzalige omstandigheden en ziet zijn vader nooit.
Koppig en eigenwijs ziet Joba van meet af aan geen enkel heil in een huwelijk met Dreverhaven. Zij neemt zichzelf kwalijk dat ze zich heeft laten verleiden. Ze wil zichzelf redden en haar onwettig kind alleen opvoeden; ze accepteert geen enkele financiële ondersteuning. Deze houding vormt ook het kind, die later niets van een ander aanvaardt. Of het nu geld of liefde is, geheel blind voor zijn omgeving gaat het zijn eigen ambitieuze weg. Zijn uiteindelijke doel is advocaat worden en daarvoor ontzegt hij zich alles. Zelfverloochening is hier een van de karaktertrekken die de persoon van onze hoofdfiguur kenmerkt. Droevig en triest op het autistische af. Een normale omgang met vooral vrouwen zit er niet in, want hij schermt zich volledig af en trekt zich terug binnen de muren van zijn communicatiestoornis. Met zijn moeder wisselt hij ook geen enkel woord. Katadreuffe is in de beschrijving van de auteur een man voor wie maar één doel telt en dat doel is niet een vrouw. Onze ster droomt over de toekomst aan de balie en praat vooral met zichzelf en soms ook met de betrokken communist en mensenhater Jan Maan, die ook nergens de zon ziet schijnen.
Uiteindelijk doet moeder Joba afstand van de jongeman en slingert -zoals de schrijver meldt- de adolescent voorgoed van zich af, want je kind willen behouden dat is verachtelijke weekhartig-heid van dames. Een vrouw uit het volk trapt haar jong de straat op. Daar komt het in ieder geval op neer en ‘dien grooten jongen’ stort zich in een mislukt avontuur (54).
Dit had het scenario van een lekkere thriller kunnen zijn met een fatsoenlijke moordpartij en onverwachte bloederige en psychologische wendingen. Tijdens het lezen dacht ik steeds dat die Dreverhaven het wel met zijn dood zou bezuren, maar ook dat is ons niet gegeven. Het komt er niet van. Jammer. Het is zielkunde van voor de oorlog met een liefde die niet ontbloeit en een maffe relatie tussen de eigenwijze en halsstarrige ouders.
Katadreuffe ziet als in een droom zijn naam op de gevel van het advocatenkantoor waar hij als klerk zijn loopbaan start en als advocaat zal eindigen. Missie geslaagd maar wel eenzaam en verlaten. Vanaf het allereerste begin bij het kantoor van Stroomkoning stort hij zich met pure wilskracht op het werk en de studie. Natuurlijk wil hij zijn vader trotseren. Die idioot van een papa probeert zijn nek te breken.
Waarom de vader dat doet blijft lang onduidelijk, maar blijkt helemaal aan het eind; uit slechts één woord nota bene: tegengewerkt. Door zijn zoon dwars te zitten, staalt de vader het karakter van zijn illegale nakomeling en heeft zo juist meegewerkt aan zijn succes. Een schrale en simpele verklaring voor het voortdurende, wrede en onbegrijpelijke gedrag van de raadselachtige Dreverhaven, die zich met een zware tred van een oude maar krachtige man voortbeweegt, maar door de behoeften van een vrek gedreven wordt. Hij doet zijn naam eer aan. De bullebak probeert zijn buitenechtelijke zoon op een typische manier te harden door hem voor 9/10de te wurgen, zodat het kleine beetje adem dat overblijft hem groot zal maken. Zo’n dictatoriale, bloeddorstige en hardvochtige man moet wel weerstand oproepen. Hij daagt uit en tart het lot in de verwachting op een dag van achteren aangevallen te worden, maar dit voor de lezer veelbelovende vooruitzicht komt niet uit.
Als deurwaarder wordt hij gevreesd en jaagt hij iedereen angst aan. Hij is een beul voor alle schuldenaars die hem in handen vallen. Het kost hem moeite zich te ontkleden, want waar het maar enigszins kan, houdt hij zijn zwarte vilten hoed op en zijn overjas aan, omdat hij bang is om bestolen te worden. Meestal gaat deze ordinaire ploert in Brussel aan de rol, waar hij zich in een taxi vol vrouwen laat rondrijden (60). Deze weerzinwekkende zonderling is een interessant en prachtig filmpersonage. Hij solliciteert om afgeslacht te worden, maar wat in de film wel gebeurt, blijft hier achterwege. Hij leeft nog en is wellicht ook nog onder ons; ook afschuwelijk.
De personages zijn niet in staat om wezenlijke relaties op te bouwen. Een succesvolle loopbaan en een hoopvolle relatie met een leuke, intelligente en mooie vrouw zit er voor Katadreuffe niet in. Dat is een combinatie waarvan hij de sleutel niet heeft. Hij heeft dat tijdens zijn opvoeding ook niet geleerd. Jacob Willem aan de ene kant en Lorna aan de andere zijde met -in de woorden van Borderwijk- het eeuwig bruiloft vierende water tussen hen in (202). De romanfiguren zijn stuk voor stuk mislukkelingen, wat hun idealen ook zijn.
Overigens weet Borderwijk, ondanks de droefenis, de karakters geregeld op een rake en humoristische manier te typeren. Zo is Juffrouw Sibculo het kleine poezelige zwartje met blocnote en potlood. Deze ukkepuk heeft een korte nek, maar draait wel gracieus voor de mensen in de wachtkamer, terwijl ze ondertussen op kokette wijze haar krullen in orde brengt (20). Zij is verkikkerd op onze door ambitie gedreven held, die echter geen enkele interesse en medeleven toont. De onderzoekende blikken van cliënten gaan ook vaak uit naar de lange, smalle en voorname Lorna te George, de secretaresse van de hoogste baas. De bevallige Lorna is correct en ingetogen, niks ontgaat haar en ze doet haar werk uitstekend. Zij is eigenlijk ook idolaat van Katadreuffe die echter weer niets laat merken. Het is ondenkbaar dat dit meisje Lorna nog nooit gekust zou zijn. Wanneer de afwachtende jongedame Katadreuffe de werkkamer van haar baas laat zien, lijkt uiteindelijk het moment gekomen dat dit zou kunnen gebeuren. Even stiekem elkaar de liefde verklaren en bijna betrapt worden. Ik zat er op te wachten, maar onze hoofdpersoon pakt niet door. Zijn eerzucht hogerop te komen kan hij niet combineren met een relatie, van welke aard dan ook.
Een ander bijzonder karakter is mevrouw Starels, die om de haverklap in scheiding ligt en daarom de deur van het kantoor platloopt. Zij schreit af en toe kleine traantjes uit mooie maar opzichtige ogen en drukt op een goed moment haar zware vlees van Rotterdams soortelijk gewicht zuchtend in een broos stalen meubel zonder achterpoten, maar het meubelstuk overleeft het.
Pop, de dochter van conciërge Graanoogst, is nog een kind, maar ze wordt groot en heeft al vormen. Eenmaal zal dit kind een vrouw zijn en hiervan schrikt Katadreuffe, want hij ziet de behaagzieke maniertjes en vindt de ogen veel te mooi om nog mooi te zijn en hij denkt: de moeder moet oppassen of er komt van de dochter niets terecht. Ja, sommige kinderen zijn gevaarlijke vrouwen in de dop. U bent gewaarschuwd. Wellicht is het uiteindelijk ook deze -je zou bijna zeggen existentiële- angst voor Lorna die Jacob Willem doet besluiten niks met haar te beginnen. Jammer, niets is leuker dan in zo’n geval de uitdaging aan te gaan.

Borderwijk omschrijft de gedragingen van zijn vrouwelijke romanfiguren geregeld op een prettige, grappige en treffende manier, maar kan hen ook totaal afbranden, zoals in het geval van de ongehuwde juffrouw Kavelage, die als kobold wordt neergezet zonder enig sexappeal (129).
Dreverhaven lijkt onaantastbaar maar aan het eind is hij toch kwetsbaar als zijn zoon zijn opvoedingsmethode in twijfel trekt en hem zonder een woord verlaat. Er is zoals gezegd geen bloedige afrekening. De afloop is een schrale en lege nachtmerrie. Jacob Willem ziet aan het eind van het verhaal, dat er maar vier mensen toe doen, maar het is volgens hem alles droefheid. Hij laat het bij deze nuchtere conclusie. Geen dramatisch einde, geen tragisch slot, geen moord of zelfverloochening, nee: Katadreuffe trekt de voordeur stil achter zich dicht en dat moeten wij dan ook maar doen als Pierre het tenminste goedvindt. Ook voor onze voorzitter, die weet hoe mooi een vrouw het leven van een man stoffeert, rest slechts nog de veelbelovende herinnering aan Lorna. Slaap zacht Pierrot.

Geert Schreur,
Roosendaal, 29 juni 2016.