Ondanks de Zwaartekracht – Recensie

Ondanks de zwaartekracht is goed geschreven, maar ook overvol en verbrokkeld

Een oase van licht en lucht moest het zijn, met veel groen. Frisse flatwoningen zonder overbodige versiering. Het tegendeel van de muffe stadswoningen met steile trappenhuizen en vochtige kelders.

Aan het Algemeen Uitbreidingsplan van Amsterdam lagen hoge idealen ten grondslag. Vóór de Tweede Wereldoorlog besloot de gemeenteraad tot grootscheepse nieuwbouw, die na de oorlog werd uitgevoerd. De architect Cornelis van Eesteren, bewonderaar van De Stijl en Bauhaus, ontwierp de westelijke tuinsteden – Slotervaart, Slotermeer, Geuzenveld -, toen keurige wijken voor middengroepen. Nu zijn ze verworden tot ‘prachtwijken’, treurige sociale woningbouw waar problemen zich opstapelen.

Suzanna Jansen (1964) groeide op in Slotermeer. Een buurt met keurige gezinnetjes, maar ook cultuurarm. Zoals Jansen mooi samenvat: ‘Alle moeders waren huisvrouw en alle vaders kantoorbediende. Volwassenen die geen vader of moeder waren kwamen niet voor. Net zomin als iemand die een muziekinstrument bespeelde of uit zichzelf op het idee kwam naar een theatervoorstelling te gaan.’

In Slotermeer stond een gebouwtje dat Jansen als kind intrigeerde: de balletschool van Steffa Wine. Alles was er mooi, de muziek, de tutu’s, de oefeningen aan de barre. Dit wilde zij ook! Maar ze mocht er niet op les; te duur. Wel mocht ze op ballet in het buurthuis. Ze bleef dromen van een carrière als danseres en zou uiteindelijk de balletacademie bereiken.

De combinatie van de verhalen blijft krampachtig aanvoelen

Hun droom waarmaken, dat deden Steffa Wine en Cornelis van Eesteren ook, en al even volhardend. In Ondanks de zwaartekracht vertelt Jansen over de levens van deze man en vrouw die elkaar niet kenden. De enige verbindende schakel is de schrijfster. We volgen haar bij haar ijverige research. Ze ontdekt brieven van Van Eesteren. Over de mysterieuze Wine komt ze veel, niet alleen mooie dingen te weten.

Ondanks de zwaartekracht is een goed geschreven, onderhoudend boek. Het is ook overvol en verbrokkeld. Was er in Het pauperparadijs, waar we de auteur ook volgen in de zoektocht naar haar familie, een dwingende drijfveer om het verleden te onderzoeken, hier lijkt de aanleiding, in elk geval bij Van Eesteren, er met de haren bij gesleept. Het verhaal over Wine is interessanter, omdat het direct te maken heeft met de obsessieve balletliefde van de ik-figuur. Uiteindelijk blijft dát verhaal, over de totale overgave aan een kinderdroom, het meest bij.

Maar de combinatie van de verhalen blijft krampachtig aanvoelen. Opgroeien in een tuinstad en daar een droom koesteren, aangestoken door iemand als Steffa Wine, dat is al een schitterend thema. Of: wat is er na vele jaren terechtgekomen van Van Eesterens idealen? Hier hadden minimaal twee mooie boeken in gezeten.

Door: Aleid Truijens