Stikvallei

Stikvallei

Mythes zorgen voor rust en vrede (naar aanleiding van het boek Stikvallei van Frank Westerman)

Wat is een mythe?

Dat is een verhaal dat bijna iedereen kent maar niet werkelijk gebeurd is. Het zijn dus pure verzinsels, bij elkaar geschraapte stories. In de tijd van Homerus betekende mythe een heilige kroniek van een volk over zijn herkomst en godsdienst. Dat gelooft toch niemand. Een beetje dronken en creatieve proleet met eigenzinnige opvattingen is zo in staat om een hele legende bij elkaar te fantaseren. Het moeilijkste is nog om de ingebeelde geschiedenis voor het nageslacht in de klei te boetseren.
Overigens Homerus had zoveel haren voor zijn ogen hangen dat hij van de werkelijkheid alleen nog maar een paar lichtflitsen heeft gezien maar ondertussen in de kroeg wel mooi opscheppen over je zogenaamde epische gedichten. Homerus was een grote fantast van vòòr Christus maar ik ken in mijn buurt ook een stelletje hitsige figuren met wilde dromen die sprookjes uit het jaar nul vertellen. Politici heten ze, onze zogenaamde mythebrengers. Ze horen iets, verdraaien het met behulp van een spindoctor (de mythemaker) in hun eigen voordeel, zeggen dat het algemeen belang ermee gediend is en openbaren dit alles in een publieke omgeving waar Henk en Ingrid het fijn vinden om voor ze gaan slapen, nog even wat populistisch gebrabbel te horen. We kennen allemaal de mooie mythes van de laatste tijd: het kwartje van Kok, een Melkertbaan en de Balkenende-norm. En dan te bedenken dat we direct na de 2de wereldoorlog bij een grote omwisselactie het tientje van Lieftinck kregen, nu ongeveer € 47 en daar moest je dan een week van rondkomen. Een beetje Amsterdamse zwerver haalt hiermee het eind van de eerste dag niet eens. Ik ken mensen die nu ver boven de JP-norm zitten maar toen echt hebben moeten lijden hoor. Het schijnt hun karakter en persoonlijkheid gevormd te hebben maar dat is een mythe.
Het heeft hun houding natuurlijk wel gestroomlijnd maar dan wel in de verkeerde richting.
Laten we ons concentreren op echt gebeurde zaken: op het thema stank en stikken.
We stinken wat af en verpesten de atmosfeer voor een ander. Het begint al direct nadat we het levenslicht hebben aanschouwd met de weeïge geur van de nageboorte. Onze jeugd is een aaneenschakeling van stank, geuren en aroma’s en soms zit je letterlijk in de wind. Wat stinkt er zo allemaal? Nou bijvoorbeeld: zurige toiletten op vakantie, oude groen uitgeslagen zwembaden met roestige duikplanken, gammele boilers op Oosteuropese campings waar het leven nog structuur en dictatoriale eenvoud kent. Denken we ook aan het doordringende en penetrante aroma van ammoniak, de adembenemende lucht in allerlei verven, carboleum, terpetijn en Glorix de wc-reiniger; verder de stank van strontspray waarmee boeren hun land besproeien en daarmee de barbecue van hele volksstammen verpesten en tot slot de kerosinedampen in de omgeving van de Polderbaan. We zitten er niet mee want er vallen niet onmiddellijk doden en als dat wel het geval is dan zijn het er niet genoeg voor een nationale opwinding. Zo lang de gevolgen zijn te overzien en goeddeels te verklaren en we het gevoel hebben dat het ons niet zal treffen, is er niet veel aan de hand hoewel wel gezegd moet worden, dat het is vies om iemand te zoenen die net knoflook heeft gegeten. Maar de knoflookstreng boven het bed voorkomt wel weer dat de boze geesten je bezoeken maar dat is een mythe.
Niet alleen mensen, ook dieren stinken en zorgen voor veel irritatie. Denk maar eens aan de keutels van konijnen, de flatsen van koeien, de harde ronde paardendrollen met restanten van stro, de pies van muizen en ratten, de witgrijze fluimen van vogels en het dampende alfabet waarmee honden het straatbeeld opfleuren. Stank is van alledag en de shit is everywhere. Geen man overboord, niet echt een ramp totdat het onverklaarbare ineens toeslaat zoals op die bewuste datum in Kameroen met duizenden doden. Dan komen de mythes. Hoe minder feiten des te meer verhaal, des te meer geruchten. Dan wordt er wild gespeculeerd over voorvaderen of goddelijke voortekenen. Samenzweringstheorieën komen bovendrijven en boze opzet wordt verondersteld want de hiaten willen we wel opvullen. Het is namelijk best eng zonder verklaring verder te moeten. Een goed verhaal brengt verstrooiing, rust en vrede en de illusie dat wij ons geen zorgen hoeven maken totdat de ramp ook ons treft. Wie heeft er hier trouwens een wind gelaten?

Geert Schreur