Meester Mitraillette

Flaptekst    

Een jonge schoolmeester belandt tijdens de Eerste Wereldoorlog in de loopgraven omdat hij in zijn dorp getuige is geweest van zaken die het daglicht niet kunnen velen. Als hij deserteert om zijn geliefde te zoeken wordt hij veroordeeld tot het vuurpeloton.

Jan Vantoortelboom beschrijft met zijn haarfijne pen hoe een jongen opgroeit en in zijn jeugd beschadigd raakt door een noodlottige gebeurtenis. Hij laat zien hoe schuldgevoelens een leven kunnen ontwrichten. 

Eerste zin 

Ik verlaat dit vertrapte leven als jongeman: krachtig van lichaam, klaar van geest. Dat is niet wat ik wil, maar mij werd niets gevraagd. Ze hebben me vastgebonden aan een weidepaal.

Samenvatting 

In het eerste hoofdstukje staat de ik-verteller, de 23-jarige David Verbocht, voor het vuurpeloton. Hij zal worden neergeschoten wegens desertie. Het is de Eerste Wereldoorlog in de buurt van het Vlaamse stadje Ieper.Daarna gaat de vertelling steeds heen en terug in de tijd. In de dichtstbijzijnde tijdlaag  vanaf het verhaalheden is het 1913, wanneer de jonge David als onderwijzer wordt aangesteld op een Rooms-katholieke jongensschool waar hij direct  onder zijn leerlingen een opvallende jongeman ziet, Marcus Verschoppen, een teer en broos mannetje. Maar Marcus is wel een talentvolle tekenaar.  David maakt ook kennis met zijn huurwoning en zijn armzalige bed. Hij huurt het huis van de vader van Marcus, maar dat weet hij dan nog niet.  De eerste week komt meteen mijnheer pastoor op bezoek, maar David geeft aan dat hij niet gelovig is.
Flashback: David denkt ook vaak terug aan zijn familie. Het gezin bestond uit vier leden. Hij heeft een broertje Henri die hij Rattekop noemt vanwege zijn bijzondere twee snijtanden. David is zes jaar ouder dan zijn broertje. Na de geboorte van zijn broertje wil hij zijn moeder helpen, maar hij krijgt daarbij een gloeiend hete stroom water over zijn hand, waaraan hij een ernstige brandwond (en litteken) overhoudt.
Zijn vader die klusjesman op de Universiteit is, heeft een maniakale voorliefde voor het getal vier. Daarom hakt hij na de geboorte van Henri het wiegje in stukken: er mag geen kind meer bijkomen. David gaat later vaak met zijn broertje Henri naar het bos: ze verzamelen schedels en botten van dieren. Hij geldt als de grote broer en beschermer van zijn broertje dat altijd bang is van een groot fantasiedier dat hij  de monter noemt.
Heden en verleden wisselen elkaar dus af. De vader van Marcus is een bruut  (ex-officier in het leger die boer geworden is toen zijn vader stierf) die van zijn zoon een kerel wil maken, maar daarbij te veel van hem vraagt. Meester David helpt Marcus een keer bij het zware kolenscheppen dat hij van zijn vader moet doen. De moeder van Marcus is Godelieve, een lieve en mooie vrouw op wie David gaandeweg verliefd raakt. Zij vraagt hem vriendelijk of  hij  Marcus op zijn zondagse wandelingen  mee wil nemen. Hij kan dat niet weigeren.
Flashback: Bij het zien van Godelieve denkt David ook terug aan de vrouw op wie hij het eerst verliefd was, de bijzondere Myrtha, een vrouw die in het bos leeft en die hij een paar keer met Rattekop heeft ontmoet. Ze heeft gevaarlijke honden. Een keer wordt hij overvallen door een van de honden Zaebos, die dan wordt gedood door Myrtha. Ze hecht zijn bijtwond en David toont warme gevoelens voor haar. Ze gaan samen nog een keer naar haar terug en ze voelt aan zijn litteken van de verbrande arm. Ze laat hem ook zien dat ze een wapen heeft: een mitraillette die van haar man geweest is. Hij heeft er zelfmoord mee gepleegd.
Omdat meester David niet de opvattingen  van de pastoor volgt en in de klas ook het Koningshuis belachelijk maakt, komt Godelieve hem waarschuwen voor de streken van de pastoor die immers veel vrienden heeft. Hij moet uitkijken omdat ze hem misschien wel eens  een loer kunnen draaien. Ook bedankt ze hem voor de manier waarop hij Marcus sterker wil maken.  Maar op een ouderavond blijkt dat Pa Verschoppen het helemaal niet zo leuk vindt: Marcus moet de boerderij kunnen overnemen en stoppen met leren. David is daartegen.

David die op zijn wandelingen erg veel praat met Marcus, (bijv. over religie en de liefde) wil hem leren zwemmen in de vijver van een buitenhuis. Eerst kan  Marcus er niet veel van, maar hij leert wel snel en hij gaat tot woede van David ook een keer heel alleen het water in. David  redt hem op tijd van de verdrinkingsdood. In de genegenheid van David voor Marcus zit ook een seksueel getint kantje: als ze gaan zwemmen, zijn ze beiden bloot. De vader van Marcus, vindt het allemaal maar niets.
Er komt weer een flashback. Rattekop is tien jaar als hij met David (16) weer een bezoek brengt aan Myrtha.  David is echt verliefd op haar en heeft fantasieën over seks met haar. Maar als hij tijdens het bezoek een hand op haar borst legt, slaat ze hem midden in het gezicht. Daarna merken ze dat Rattekop is weggegaan naar de wc. Hij heeft zich doodgeschoten met een pistool (Is het een ongeluk of zelfmoord?)
Op een dag is Marcus verdwenen. Vader Verschoppen komt verhaal halen bij David. Die vermoedt waar hij is. Hij blijkt inderdaad alleen te zijn gaan zwemmen en hij is verdronken. Hoewel het op een zelfgekozen dood lijkt, wordt David toch opgepakt. In de cel wordt hij bezocht door Godelieve die in zijn onschuld gelooft. Maar kort daarna wordt hij door twee mannen (gestuurd door Verschoppen wellicht) in elkaar gebeukt. Hij moet nu eerst lichamelijk opknappen in een klooster. Daarna moet hij noodgedwongen het leger in: er zijn veel jonge soldaten nodig in de strijd tegen de Duitsers. David leert snel, doodt met een bajonet een Duitser, een daad  waarmee hij aanzien bij de soldaten verwerft. Hij vindt in een boom een wapen van Duitse makelij: ja hoor , een mitraillette waarmee hij lekker te keer kan gaan. Hij is echter nog steeds verliefd op Godelieve en wil haar graag zien. Ze moet in de buurt zijn (is verpleegster geworden)  en haar man is nu weer officier in het leger.  In een café gaan de mannen te keer (ze willen naar de hoeren!) en daarna deserteert David om op zoek te gaan naar Godelieve. Hij heeft een enorm schuldgevoel ten aanzien van de dood van Marcus en gaat eerst naar het graf van de jongen. Daarna dwaalt hij verder op zoek naar zijn Godelieve. Maar hij wordt opgepakt als een deserteur. Verschoppen zal daar zeker de hand in hebben gehad.In het laatste (heel korte)  hoofdstuk sluit de verteller weer aan bij het begin. Hij staat voor het vuurpeloton en moet afwachten. Zijn laatste gedachten gaan uit naar  de mensen die hij liefhad: zijn ouders, Myrtha, Godelieve, Marcus en Rattekop.

Personages

Marcus Verschoppen

Marcus is een broos en teer jongetje dat bij de geboorte bijna het leven liet. Zijn vader ziet hem als een jongen die hij hard moet maken, tot ongenoegen van David. Marcus heeft andere talenten o.a. tekenen. Zijn moeder is mooi en lief en wil dat David voor hem zorgt. Ze ziet dat hij opknapt. Marcus pleegt zelfmoord door onverantwoord te gaan zwemmen.


Vader Verschoppen

Vader Verschoppen is een ruwe bolster. Hij is officier in het leger geweest en moest noodgedwongen terug naar de boerderij. Als zijn zoon een brekebeentje wordt, ziet hij dat met lede ogen aan. Hij wil hem sterk maken. Als David zich over Marcus ontfermt, kan hij dat niet goed zetten en misschien ziet hij ook wel dat David een oogje op zijn mooie vrouw heeft. In samenwerking met de pastoor lijken ze een complot te smeden waarvan David de dupe wordt. In de cel laat Verschoppen hem in elkaar beuken en daarna krijgt hij de kans om David voor het vuurpeloton te zetten, als die deserteert.

Godelieve

Godelieve, de moeder van Marcus, is mooi en aardig en ziet ook wel iets in de onderwijzer. Ze vraagt hem te letten op haar zwakke zoontje en laat aan David heel goed merken dat ze hem mag. Als hij in de cel zit, bezoekt ze hem en ze schrijft brieven. Ze vindt dat hij onschuldig is.

Henri/Rattekop

Henri is het zes jaar jongere broertje van David. Zijn oudere broer moet hem beschermen. Als hij toen jaar is, mag hij ook mee naar het bos. Hij heeft een rijke fantasie, wil in he bos een groot beschermdier vinden: de monter. Hij komt bij een ongeluk met een pistool (waarschijnlijk) om het leven.

David

David (22) is onderwijzer op een katholieke school, maar zelf is hij niet gelovig. Dat idee brengt hij min of meer over op zijn leerlingen. Dat wordt hem door de pastoor en andere mensen in diens omgeving niet in dank afgenomen. David is licht ontvlambaar in de liefde. Toen hij zestien was raakte hij verliefd op de mysterieuze bosvrouw Myrtha die weliswaar veel ouders is. Hij heeft erotische fantasieën maar wanneer hij een idee in de praktijk wil brengen, slaat ze hem. Het is de dag waarop zijn broertje Henri de dood vindt. Dat betekent dat hij met een schuldgevoel wordt opgezadeld. Hij had beter op zijn broer moeten passen. Wanneer hij onderwijzer wordt ontfermt hij zich over Marcus, een 12-jarige jongen die een substituut kan zijn van zijn broertje Henri. Ook op diens moeder wordt hij verliefd. Maar haar man vindt het minder leuk. Opnieuw gaat een jongen dood en krijgt hij een schuldgevoel. Hij krijgt van de omgeving ook de schuld en moet na de cel in het leger. Daar blijft zijn liefde naar Godelieve knabbelen en hij gaat naar haar op zoek. Dat wordt beschouwd als desertie en David vindt de dood voor het vuurpeloton. Er zijn drie vrouwen in zijn leven geweest: zijn moeder, Myrtha en Godelieve.

Myrtha

Myrtha is een mysterieuze vrouw die in het bos woont met gevaarlijke honden. Ze is weduwe van een legerofficier die zich met een mitraillette om het leven heeft gebracht. Ze speelt een gevaarlijk spel door enerzijds de jongens (in het bijzonder David) naar zich toe te halen, maar aan de andere kant hem af te wijzen als hij een hand op haar borst legt. Het gebeurt op de dag van Henri\’s dood.

Thematiek

Schuld (gevoel)

David voelt zich schuldig aan de dood van de beide jongetjes in zijn leven: zijn zes jaar jongere broertje Henri die hij liefdevol Rattekop noemt. Als hij aan seks met Myrtha denkt, sluit Henri zich op in de wc en hij komt door een ongeluk om het leven. Dat kan hij nauwelijks verwerken. Maar de geschiedenis herhaalt zich als David een andere jongen (van 12 jaar) onder zijn hoede krijgt. Het is de zwakke Marcus die op aanraden van zijn moeder wandelingen maakt met David. Maar die gaat verder door hem te leren zwemmen en dat blijkt uiteindelijk fataal voor Marcus. Hij gaat een keer alleen zwemmen en komt om het leven. Is er ook hier sprake van een ongeluk of is er iets met een zelfgekozen dood. David voelt zich ook hier schuldig en komt in de gevangenis terecht.

Motieven

Zelfmoord

Marcus lijkt zelf voor beëindiging van zijn leven te hebben gekozen.Hij wist dat hij niet kon zwemmen. Het kan een poging tot wraak op zijn vader zijn: hij mocht niet verder leren en zijn vader pakt hem hard aan. Een zelfgekozen dood is niet zeker bij de dood van Henri, Davids broertje. Daar kan een ongeluk met het pistool ook heel goed zijn dood te hebben veroorzaakt.

Verliefdheid

David wordt verliefd op twee mooie vrouwen: Myrtha en Godelieve. Maar het zijn meteen onbereikbare geliefdes, omdat ze beiden veel ouder zijn. Bij Myrtha vangt hij bot als hij iets probeert en Godelieve blijft uiteindelijk ook op afstand, niet in de laatste plaats vanwege haar man.

Wraak

Wraak lijkt een grote rol te spelen. Marcus heeft bij de pastoor en vader Verschoppen geen al te beste naam gekregen. Hij gelooft niet en hij heeft de zoon van Verschoppen \”afgepakt.\” Bovendien wil hij wel iets met Godelieve. De mannen lijken een rol te spelen bij zijn rechtszaak. Ook wordt David in de cel door twee mannen afgetuigd. Het is meer dan waarschijnlijk dat die door Verschoppen op hem af zijn gestuurd. Als hij deserteert (lees: op zoek naar zijn Godelieve) wordt hij opgepakt. Ook daar heeft Verschoppen een rol in gespeeld. Tenslotte staat hij voor het vuurpeloton.

Oorlog: algemeen

Centraal staat de oorlog in deze handeling. De Eerste Wereldoorlog breekt uit en jonge soldaten zijn kanonnenvoer en voor de loopgraven bestemd. David moet noodgedwongen in het leger, omdat hij schuldig wordt geacht aan de dood van Marcus.

Opdracht 

Voor mijn vader en mijn moeder (gestorven)


Titelverklaring 

In de Eerste Wereldoorlog treft David een wapen aan in een boom: het is een door de Duitsers achtergelaten mitraillette. Hij gaat er meteen flink mee aan de haal. De soldaten noemen hem daarna “Meester Mitraillette.” David is natuurlijk ook nog eens meester op een jongensschool. het is dus een erg toepasselijke titel.

De letterlijke verwijzing naar de titel staat op blz. 257: ” Jij mag ze uitdelen, meester Mitraillette. Want zo noemen ze je toch” Hij zei dat laatste grinnikend, spoog stoer een fluim in de sneeuw voor zijn voeten.

Structuur & perspectief 

De structuur van de roman is een groot aantal korte hoofdstukken dat geen nummer en geen titel heeft. De hoofdstukken worden van elkaar geschieden door witregels en beginnen steeds op een nieuwe bladzijde. Er is eigenlijk sprake van een raamvertelling: het begin en het einde geven aan dat David voor het vuurpeloton staat. In de tussentijd neemt hij de lezer mee naar zijn jeugd (met zijn broertje Rattekop en zijn komst naar het dorp Elverdinge, waar hij onderwijzer is en Marcus ontmoet.) Er is dus geen sprake van een chronologische volgorde. In de twee hoofdstukken in de  oorlog vertelt David in de o.t.t.  en dat moet natuurlijk omdat hij doodgeschoten wordt. In de hoofdstukjes over het verleden vertelt David als ik-verteller in de  o.v.t. 

Decor 

Een jaar voor de Eerste Wereldoorlog uitbreekt)1913) , wordt David aangenomen als meester op een jongensschool in Elverdinge in West-Vlaanderen. Hij is dan 22 jaar oud. De Eerste Wereldoorlog begint en David wordt opgeroepen onder de wapenen, omdat hij betrokken is bij de dood van zijn leerling Marcus. In de oorlog deserteert hij omdat hij naar zijn geliefde wil. Het is dan 1915, als hij voor het vuurpeloton komt te staan (begin en einde) Als David 22 jaar is in 1913, moet hij geboren zijn in  1891. Er worden flashbacks verteld van de periode dat hij tien jaar en zestien jaar oud is. Het gaat dan om de relatie met zijn broertje  Henri, die hij Rattekop noemt. Dat houdt in dat de vertelde tijd in drie tijdlagen verloopt van 1901 via 1907 naar 1915. Godelieve schrijft hem namelijk een brief die gedateerd is in februari 1915.

Het decor van deze roman is gelegen in het West-Vlaamse dorp Elverdinge in de buurt van Ieper, een legendarische plaats als je naar het oorlogsgebied van de Eerste Wereldoorlog kijkt. Rondom Ieper werd fel gevechten in de loopgraven. Het is nog steeds een gedenkwaardige plaats voor veel Belgen.

Stijl 

De schrijver is afkomstig uit West-Vlaanderen en dat kun je heel goed zien aan een aantal West-Vlaamse woorden die voor een Nederlandse lezer niet erg bekend zijn. Ik zal er een aantal noemen:
– (blz. 21’) We kotterden met stokken in ogen en spleten
(blz. 40) Het drong tot me door dat hij een pandoering verwachtte.
(blz. 47) Een jongen met dik zwart haar en een perfecte gekniptefroufrou.
(blz. 47) Op die momenten zag ik de goesting van hem afdruipen om mee te doen.
(blz. 51) Een echt jaloersen buk
(blz. 66) Eerst krijg hij een boenk op zijn kop
(blz. 69) .. hij heeft centen uit de collectepan van meneer pastoorgetsjoept
(blz. 137) het schot waarmee ze Zaebos zonder verpinkenafmaakte, knalde telkens weer in mijn gedachten
(blz. 149) Hij stinkt als een aalkarteel.
(blz. 173) De twee dutsen schreiden
(blz. 193) Een verschrompeld vrouwtje zat op een taboeret naast hem.
(blz. 217) Hij haalde matrak tevoorschijn en tikte me dreigend op mijn schouder

De West-Vlaamse woorden en uitdrukkingen passen natuurlijk wel goed in de “couleur locale” van de roman die zich in dat gebied afspeelt en zijn niet hinderlijk voor Nederlandse lezers. Uit het tekstverband kun je vaak wel invullen wat er wordt bedoeld.

Ten slotte is de taal en de zinsbouw van de schrijver wel helder, met passende metaforen. Zo beschrijft hij het schuldgevoel van David als “een rat die in een klem zit”. Het geloof (vertelt David tegen de pastoor) is een “reddingsloep voor zieke en zwakke mensen.”

Slotzin 

Ik buig mijn hoofd en sluit mijn ogen. Ik denk aan de rust en de schoonheid van dieren die zich aan mij hebben getoond. Ik denk aan vader en moeder, aan ons gezin van vroeger. Aan Marcus, Godelieve, Myrthe. Aan Rattekop.

Beoordeling 

Meester Mitraillette is een gaaf en evenwichtig geschreven roman over schuldgevoel tegen het decor van de Eerste Wereldoorlog. De jonge onderwijzer David voelt zich schuldig aan de dood van twee jongens: zijn broer en een begaafde leerling. Het is een plaatsvervangende schuld want formeel kan hem niets verweten worden. Zij het dat hij eigenlijk steeds bezig was met andere vrouwen. Hij valt op wat oudere vrouwen en heeft daar fantasieën over.

De structuur van de roman is, als je als lezer aandachtig leest, goed te volgen. Het gaat eigenlijk om twee tijdlagen in het verleden en een korte tijdlaag in het heden, wanneer David voor het vuurpeloton staat. Dat zou wel eens een wraakactie geweest kunnen zijn van de mannen die hem benijden: de pastoor en de vader van Marcus.

Het is 100 jaar geleden dat de Eerste Wereldoorlog begon en je ziet vooral in Vlaanderen boeken verschijnen over die oorlog. In Nederland weten we niet zo veel van de verschrikkelijke loopgravenoorlog met zijn mosterdgas-bombardementen. Wie eenmaal (zoals ik ) in Ieper is geweest, kan van die verschrikkingen versteld staan.

Het is daarom aardig om in afwijking van wat de meeste leerlingen kiezen (De Tweede Wereldoorlog)  een aantal boeken die de de Eerste  Wereldoorlog behandelen  te lezen.

Aan te raden zijn:
– Iedereen bleef brood eten (2013- Do van Ranst) voor Young Adults]
-Oorlog en Terpentijn (2013- Stefan Hertmans)
-Post voor Mevrouw Bromley (2011- Stefan Brijs)
-Godenslaap (2010- Erwin Mortier)
-De handelsreiziger van de Nederlandsche Cocaïnefabriek (2009- Conny Braam)

  • “Ze vonden ons. Ik lag op mijn zij in het slijk, mijn armen rond Marcus. Buk was er als eerste. Hij tikte het braaksel van mijn wang. Zijn snuit besnuffelde Marcus. Hij begon te janken. Daarna kwamen de mannen. Ze torende boven ons uit, weerden het maanlicht. Marcus werd uit mijn armen gewrongen. Ik wilde hem niet loslaten, wilde samen met hem in de modder wegzinken.”

 

Recensies 

“Het kan bijna niet anders of Vantoortelboom heeft Michael Haneke’s film Das weisse Band (2009) gezien, want in zijn Meester Mitraillette gaat er een vergelijkbaar geweld onder de tucht schuil. Maar waar die film koel en cerebraal was, daar voegt Vantoortelboom er ook nog eens intimiteit en zinnelijkheid aan toe. Zonder enige terughoudendheid valt te zeggen dat zich in een handvol scènes het wonder der literatuur voltrekt; die begoochelende combinatie van een heldere stijl met een ongrijpbare voltrekking van feiten. Wat gebeurt hier allemaal, wat lees ik? Slechts die oorlog is een smetje. ”

“Het is gemakkelijk gezegd: fantastisch, mooi, in één adem uitgelezen. Maar waarom? Vantoortelboom schrijft geen thrillers die je van begin tot eind bij de strot grijpen. Dat weten we al sinds zijn debuut drie jaar geleden met De verzonken jongen. Nee, geen goedkope effecten. De in 1975 in Elverdinge geboren schrijver biedt verhalen van mensen, met wie je mee kunt leven. Ze zijn van vlees en bloed. Logisch, zult u zeggen. Maar ik kom het niet vaak tegen dat je bijna in gesprek raakt met een hoofdpersoon en door hem (of haar) in je eigen levenservaringen wordt rondgeleid.”

“Aanvankelijk voel je je een beetje bekocht dat er na de spannende opening zo’n kabbelend boek volgt. De ontknoping, de tijd die David in het leger doorbrengt, is in dertig pagina’s wel verteld. Maar later dwingt dit contrast bewondering af. Het slot is daardoor juist sterk.”

Categorieën123