De woongroep

Bibliografische gegevens
Franca Treur
Uitgeverij: Prometheus
Uitgegeven in 2014

Flaptekst

Zoek je bestemming! Maak iets van je leven! Maar wat doe je als je werk net zo goed door iemand anders kan worden gedaan en je verder nergens een speciaal talent voor hebt?

In het gootsteenkastje heb ik een leeg olijvenpotje gevonden.

‘Kijk, dit ben ik!’ Ik loop terug naar de bank en draai het deksel los. Ik geeuw hard in het potje en doe het meteen dicht. Met mijn vingers aan het deksel zwaai ik ermee in Eriks gezicht.

‘Hier: Elenoor Jansen, 28 jaar oud, contentmanager.’ 

Erik denkt zijn vriendin wel een voller leven te kunnen bieden: hij wil samenwonen en kinderen. Maar elenoor solliciteert in plaats daarvan naar een plek in een idealistische woongroep, gevestigd in een voormalig weeshuis in Amsterdam-Oost. Want hoe kun je je beter thuis voelen op de wereld, dan door haar te willen verbeteren.

Eerste zin

Ik heb zin om iets geks te doen en het wordt het huren van een Greenwheels-auto om mee naar Nieuw-Sloten te rijden.

Samenvatting

Elenoor gaat samen met haar vriend Erik op kraamvisite bij Caro en Freddie. Freddie is een goede vriend van Erik. Omdat ze geen eten aangeboden krijgen wil Elenoor eerder naar huis, wat Erik onbeleefd vindt.
Elenoor is werkzaam als contentmanager voor verschillende bedrijven, ze verzorgt de inhoud van websites voor bedrijven. Daarnaast geeft ze Nederlandse les aan een groep gemeenteambtenaren die zich met ICT bezighouden. Ze heeft een eigen appartement maar is eigenlijk altijd bij Erik. Zijn vader is als directeur van een zorginstelling erg rijk en heeft een appartement voor Erik gekocht. Erik is bezig met het maken van een film over de Tweede Wereldoorlog.
Eigenlijk hebben hij en Elenoor het prima geregeld, maar toch is Elenoor niet tevreden en ze vindt dat het tijd is voor verandering in haar leven. Ze besluit te solliciteren voor een plek in een idealistische woongroep. Er vindt eerst een kennismakingsgesprek plaats, waarbij ze kennismaakt met Annerie, Reve, Mattheo en Alexander. In het gesprek laat Elenoor schijnbaar een goede indruk achter want enige tijd later wordt ze opgebeld met de boodschap dat zij is gekozen als nieuwe huisgenoot.
Erik is er niet echt blij mee dat ze in een woongroep gaat wonen, maar helpt haar toch met verhuizen. Ze blijkt het goed te kunnen vinden met Alexander, die als verpleger werkzaam is. Ze gaat zich al snel thuis voelen, afgezien van dat ze ’s nachts ondefinieerbare geluiden hoort, maar er is verder niemand die deze geluiden ook hoort. Met Annerie heeft ze een gesprek over haar vader, die blijkt te zijn overleden toen Elenoor nog jong was. Hij ging naar Amerika op de plaats te bezoeken waar F. Kennedy is doodgeschoten, en is daar aangereden door een auto.
Tijdens de eerste huisvergadering is een van de agendapunten ‘actie’. Kathelijne, de vorige bewoonster, initieerde deze acties altijd, maar zij is naar Afrika vertrokken. Met haar vertrek is ook een beetje het actievoeren verdwenen; iedereen heeft zogenaamd wel idealen maar niemand komt ook daadwerkelijk in actie. Vanuit Afrika houdt Kathelijne de woongroep per email op de hoogte van acties. De eerste actie waar ze aan mee gaan doen is het verstoren van een etentje van een aantal rijke bestuursvoorzitters. Wanneer de actie aan de gang is en Elenoor net een glas wijn in het gezicht van een van de bestuursvoorzitters wil gooien, ziet ze dat het de vader van Erik is. Ondertussen heeft Annerie iets gekregen met Rudi, een dichter die een vrouw en kinderen heeft.  
Tussen Elenoor en Erik loopt het niet zo lekker en het wordt er niet beter op wanneer hij erachter komt dat ze de aanvaring met zijn vader heeft verzwegen. Daarnaast komt er een nieuwe bewoonster in het huis, Ira, een vriendin van Annerie. Annerie is zes maanden zwanger maar heeft te horen gekregen dat de baby in haar buik dood is. Omdat Rudi vaak bij Annerie over de vloer komt, vraagt Ira of ze overdag in Elenoors bed mag slapen en zij gaat hiermee akkoord. De spanningen lopen zo hoog op tussen Elenoor en Erik dat hij het uitmaakt. Elenoor heeft het er moeilijk mee dat ze Erik niet meer ziet, maar ziet het tegelijkertijd ook als de enige mogelijkheid.
Het is tijd voor een tweede actie: tegen de consumptiemaatschappij. Met borden met de tekst ‘Kopen maakt niet gelukkig’ erop lopen ze door de winkelstraat. Het loopt erop uit dat een van de activisten, Joy, wordt opgepakt, waarna Elenoor naar huis gaat. Eenmaal thuis komt de recherche langs, met de vraag wanneer ze Alexander voor het laatst hebben gezien. Tot Elenoors schaamte weet eigenlijk niemand deze vraag te beantwoorden. Ze is erg bedroefd door de verdwijning en is bang dat Alexander zichzelf iets aan heeft gedaan. De volgende dag is Annerie jarig en besluiten zij, Elenoor, Ira en Rudi in Rudi’s auto de stad door te rijden op zoek naar Alexander. De vrouw van Rudi, Elise, belt hem op net wanneer ze met autopech langs de weg staan en wanneer ze op de locatie aankomt ziet ze haar man zoenen met Annerie.
Ook die avond wanneer Annerie haar verjaardag viert, gaan ze op zoek naar Alexander, maar vinden hem niet. Rudi komt aan het eind van de avond met zijn sporttas aan; hij is eruit gezet door zijn vrouw. Omdat Ira nu niet meer bij Annerie kan slapen komt ze ook ’s nachts bij Elenoor in bed.
Bij gebrek aan een foto van Alexander maakt Elenoor een tekening van hem en hangt die door de hele stad. Erik belt haar met de boodschap dat hij in de krant over Alexander heeft gelezen, namelijk dat hij betrokken zou zijn bij de dood van een oude vrouw in het verpleegtehuis. Niet veel later is er een uitzending op tv waaruit blijkt dat er in het verpleegtehuis pooltjes werden gehouden over welke oudere het langst zou blijven leven. Alexander had de laatste twaalf pools gewonnen.
De vader van Erik wordt gezocht door de politie. Hij was directeur van het verpleegtehuis waar Alexander voor werkte en is in de problemen gekomen door alle media-aandacht. Hij wil graag onderduiken bij Elenoor. Omdat nu zowel Ira als Jan (de vader van Erik) in haar bed slapen gaat zij maar weer bij Erik slapen. Hij biedt zijn excuses aan voor zijn gedrag en die avond hebben ze seks met elkaar, ondanks dat Elenoor hier eigenlijk geen zin in heeft en ze het gevoel heeft dat ze een rol speelt.
Jan wordt alsnog gevonden door de politie en opgepakt. Elenoor gaat dus weer terug naar de woongroep en na een paar weken komt ze erachter dat ze zwanger is. Ze besluit het te houden en het raakt weer aan tussen haar en Erik. Ze verhuizen en huren een verdieping van Caro en Freddie. Alexander moet voor de rechter verschijnen, hij wordt ervan verdacht de vrouw uit het verpleegtehuis te hebben vermoord. Het verhaal sluit met een gesprek tussen Elenoor, Erik en de hypotheekadviseur; ze willen in een nieuwbouwwijk gaan wonen.

Personages

Jan de Herder
Jan is de vader van Erik. Hij is directeur van een zorginstelling en verdient hier veel geld mee. Elenoor heeft altijd al geweten dat hij erg bezig was met geld verdienen en bijvoorbeeld niet met zijn eigen zoon, maar wanneer de zaak met Alexander aan het licht komt, wordt zijn handelen ook onder de loep genomen en blijkt hij zijn geld niet eerlijk te hebben verdiend.

Ira
Ira komt in het huis omdat het uit is met haar vriend. Ze is zwanger maar de baby in haar buik is dood. Ze helpt niet mee in het huishouden maar pikt wel overdag en later ook s nachts de kamer van Elenoor in. In het begin vindt Elenoor dit ergens wel fijn, omdat ze het gevoel heeft dat ze voor haar moet zorgen en dat ze dus nodig is. Later gaat het haar irriteren.

Reve en Mattheo
Zij zijn een stelletje dat ook in het Elisabeth woont. Reve heet eigenlijk Mickey Greve maar hij houdt heel erg van literatuur en stelt zich daarom als Reve voor. Hij is afgestudeerd in Franse poҫzie en heeft een baantje bij een uitgeverij. Mattheo is zijn vriend, maar eigenlijk zegt hij vrijwel nooit wat.

Alexander
Alexander is ook een van de nieuwe huisgenoten van Elenoor. Zij beschrijft hem als volgt: […] is er ook een grote dikkerd met geel haar. Hij is al wat ouder, heet Alexander en heeft een stem die neigt naar een spraakgebrek (met medeklinkers vol belletjes spuug) waarmee hij veel en veel te nadrukkelijk praat. Hij heeft van die witte verdroogde mondhoeken, maar verder is het een gezicht dat bijna licht geeft van vriendelijkheid.ђ (p. 64) Hij luistert graag naar klassieke muziek en eet vrijwel alleen maar feta. Elenoor kan het goed met hem vinden en daarom is de schok des te groter wanneer hij verdwijnt en hij wordt verdacht van moord.

Annerie
Annerie is een bewoonster van het Elisabeth. Elenoor omschrijft haar als een knap, dun meisje dat lijkt op Modesty Blaise. Annerie heeft weinig om handen en brengt veel tijd blowend op haar kamer door. Het actievoeren neemt ze erg serieus maar ze komt zelf niet met plannen voor acties. Gaandeweg het verhaal krijgt ze iets met Rudi, de dichter.

Erik de Herder
Erik is de vriend van Elenoor. Hij heeft een rijke vader en zit eigenlijk nooit om geld verlegen. Hij is al een aantal jaar bezig met een film over de Tweede Wereldoorlog en barst van de ideen, maar er is nog weinig van terug te zien. Hij begrijpt niet goed waar Elenoor zich druk over maakt en wil eigenlijk het liefst gewoon huisje, boompje, beestje.

Elenoor Jansen
is het hoofdpersonage. Ze is 28 jaar en woont in Amsterdam. Ze heeft het gevoel dat ze nog niet alles uit het leven heeft gehaald en vindt het daarom tijd voor verandering. Zo belandt ze in een woongroep. Met de idealen van de woongroep heeft ze eigenlijk weinig (ze is niet vegetarisch en heeft ook nog nooit actie gevoerd) maar ze doet alsof ze hier wel affiniteit mee heeft omdat ze denkt dat ze dat dan vanzelf wel zal krijgen en daardoor gelukkiger zal worden.

Thematiek

Geluk/ Verlangen naar geluk
Elenoor zorgt voor een drastische verandering in haar leven door in een idealistische woongroep te gaan wonen. Eigenlijk heeft ze alles al: een leuke vriend, een baan waarmee ze voldoende geld verdient, een appartement. Toch blijft ze een ontevreden gevoel houden:
둓Ik weet niet of je het doorhebt, maar ik ben gewoon niet echt gelukkig.
Ik hoop dat mijn woorden niet te veel klinken alsof ze van tevoren bedacht zijn, terwijl ze dat wel zijn.
Erik kijkt me niet aan, maar ik zie dat ik zijn aandacht heb.
ԓAl een tijdje. Ik doe al die dingen die ik geacht word te doen, maar nooit omdat ik er echt iets om geef, of omdat het op zichzelf goed of belangrijk is. Ik bedoel mijn werk en zo. Niks overstijgt het praktische. Een bonnenactie, iets nieuws in het assortiment. Overal goed aan denken. Het heeft allemaal niks met mij te maken. Als ik mijzelf googel, krijg ik alleen mijn eigen website. Snap je wat ik bedoel? Alsof het er niet toe doet dat ik besta. (p. 41)
Deze ontevredenheid doet haar uiteindelijk bewegen om te solliciteren voor de woongroep. Uiteindelijk lijkt ze ook hier niet haar ultieme geluk te vinden, want ze raakt zwanger en kiest er toch voor om met Erik in een nieuwbouwwijk te gaan wonen. Het geluk dat ze zocht is misschien toch dichterbij dan ze dacht, of ze kan nu genoegen nemen met iets minder geluk en een ‘gewoon’ leven.
Het thema van deze roman is erg actueel en herkenbaar voor veel mensen. De onvrede die Elenoor ervaart in het ‘gewone’ leven is interessant wanneer je het leven van de schrijfster erbij betrekt. Ze komt uit een streng gereformeerde omgeving waarin het duidelijk was, wat goed en kwaad was. Nu ze zich in ‘de wereld’ bevindt, is dat niet meer zo helder en verlangt ze naar een plek waar dat wel zo is, zoals een woongroep. Ze wil graag een goed mens zijn, maar de maatstaven voor een goed mens zijn veranderd van gereformeerd naar iets onbekends.
Personage Elenoor is te angstig om haar manier van denken onder ogen te zien en twijfelt waar ze het geluk kan vinden, twijfelt waar ze nu eigenlijk precies naar verlangt. Daarom kiest ze maar voor het bekende, wat misschien geen ultiem geluk zal zijn.

Motieven

Vriendschap en verraad
De vriendschappen die Elenoor heeft voordat ze bij de woongroep intrekt lijken vrij oppervlakkig. Fiona is een vriendin die ze al heel lang kent, maar ze lijken een beetje uit elkaar te groeien. Ook bij Freddie en Caro voelt ze zich niet echt op haar gemak. In de woongroep sluit ze nieuwe vriendschappen met haar huisgenoten en vooral met Alexander kan ze het goed vinden. Wanneer blijkt dat hij niet is wie hij pretendeerde te zijn, schaadt dat Elenoors vertrouwen en voelt ze zich verraden.

Moeizame liefdesrelaties
De relatie tussen Elenoor en Erik verloopt moeizaam en raakt in de loop van het verhaal ook uit (dit komt uiteindelijk wel weer goed). Ook de relatie tussen Annerie en Rudi verloopt niet vlekkeloos. Dit komt vooral doordat Rudi eigenlijk een vrouw met kinderen heeft en hij zijn verhouding met Annerie moet verbergen. Daarnaast raakt het ook uit tussen Ira en haar vriend (Kevin) wanneer blijkt dat ze een dood kind bij zich draagt.

Corruptie
Er wordt tijdens de eerste actie geprotesteerd tegen de corruptie binnen de besturen van grote bedrijven en organisaties. Daarnaast blijkt de vader van Erik niet eerlijk aan zijn geld te zijn gekomen ((maar dat vermoedde Elenoor eigenlijk al vanaf het moment dat ze hem leerde kennen).

Idealen
Elenoor komt een een idealistische woongroep terecht. Ze heeft zelf eigenlijk weinig met deze idealen maar dient zich toch aan te passen. Zo is er in het begin alleen een wasmachine aanwezig die je zelf aan moet trappen op een fiets en wordt er van haar verwacht dat ze vegetarisch eet. Wanneer Elenoor echter laat vallen dat ze nog een wasmachine heeft staan zijn haar huisgenoten snel overgehaald om het oude ding weg te doen. De idealen van de woongroep zijn dus redelijk flexibel. Dit blijkt ook wanneer ze gaan actievoeren, eigenlijk wordt de groep op afstand bestuurd door Kathelijne.

Quotes

Ik voel iets kietelen in mijn zij. ԑLeuke trui heb je aan! Karin voelt aan het boord. ґLekker stofje. Daarna trekt ze bij zichzelf dwars door de tuniek heen haar witte legging op. Als ze daarmee klaar is, zijn onze cappuccinoҒs ook klaar.
Dat ik dik ben, zegt hij, komt van de feta.
Die witte zakjes in de koelkast, dat is feta. Ik ontbijt ermee.
Hij verfrommelt zijn bierblik en staat op om een nieuwe te pakken.
Je lichaam heeft de eiwitten nodig. Er zitten toch ook eiwitten in.
Ja, zeg ik, best een aantal.

Motto

Een tiende van de mensheid zal recht op een persoonlijkheid hebben en onbeperkt autoriteit uitoefenen over de andere negen tienden. Die zullen hun persoonlijkheid verliezen en als een kudde worden; gedwongen tot passieve gehoorzaamheid zullen ze worden teruggevoerd naar de eerste onschuld en zogezegd naar het oorspronkelijke paradijs, waar ze overigens wel zullen moeten werken.
– Citaat uit Boze geesten van Fjodor Dostojevski zoals Elenoor het aantrof in De mens in opstand van Albert Camus 

Naar dit citaat wordt verwezen op pagina 181: ‘Zelf ben ik geen lezer. Fictie is me te onecht. In een roman hoeven de mensen nooit te werken, een eerlijk stuk brood te verdienen, zoals Herbie zou zeggen, terwijl ik mezelf door al die woorden heen moet slepen. Toen ik Erik net leerde kennen had ik iets van Albert Camus in mijn wc gelegd om indruk te maken. Ik heb er toen wel stukjes in gelezen. Dat was vrij goed. Op een gegeven moment citeert hij iets van Dostojevski dat ik nog op een geeltje heb geschreven.’ 

Elenoor is zelf ook op zoek naar haar persoonlijkheid, waarschijnlijk spreekt het citaat haar daarom aan. Ze wil niet het ‘gewone’ leven leiden dat ze leidt en gaat daarom op zoek naar een andere invulling van haar leven en belandt zo bij een woongroep. Uiteindelijk kiest ze er toch voor om de kudde te volgen; voor huisje, boompje, beestje.

Titelverklaring

De titel De woongroep laat zich makkelijk verklaren: Elenoor voelt zich ontevreden en besluit in een idealistische woongroep te gaan wonen. Het boek vertelt over de periode dat ze daar woont.

Structuur & perspectief

Het boek bestaat uit 44 genummerde hoofdstukken. Het verhaal start bij Freddie en Caro, het is dan lente: ‘Oogknipperend sta ik in het zonnetje. […] Een frisse wind, het is nog geen zomer.’ Ook eindigt het verhaal weer bij Freddie en Caro, wat de cirkel rond maakt. Hoelang de periode daartussen duurt is niet precies te zeggen. Elenoor verhuist naar het Elisabeth op de dag dat Nederland tegen Brazilië speelt in de kwartfinale en wint met 2-1. Dit was op 2 juli 2010. Ook wordt er verteld over de omgewaaide Anne Frankboom, dit gebeurde op 23 augustus 2010. De tweede actie vindt plaats rond Sinterklaas. In het laatste hoofdstuk wordt er opeens een grote tijdsprong gemaakt. Elenoor woont niet meer in het Elisabeth maar samen met Erik bij Caro en Freddie. Hoeveel tijd er dan is verstreken is niet duidelijk, maar Elenoor zegt dat ze Alexander nu al bijna langer uit haar leven is dan dat ze hem heeft gekend (p. 332).
Het verhaal wordt verteld vanuit een ik-perspectief, namelijk vanuit Elenoor.

Decor

Het verhaal speelt zich af in het hedendaagse Amsterdam. Er zijn veel plaatsaanduidingen te vinden, zoals: ‘Net zo veel kans dat we Alexander in de Soendastraat vinden als in de Madurastraat, of hoe heet het hier. Cruquiusweg.’ (p.235) of ‘Een man in djellaba stapt van zijn damesfiets en schudt vanaf de brug een zak witbrood leeg in de Singelgracht.’ (p. 294) Hierdoor speelt de locatie een grote rol en is het moeilijk voor te stellen dat het verhaal zich in een andere stad zou afspelen.
Het huis, dat Elisabeth heet, waarin de woongroep is gehuisvest is de belangrijkste locatie omdat het grootste deel van het verhaal zich hier afspeelt. Het huis wordt omschreven als ‘een reusachtig, rood, negentiende-eeuws gebouw aan een kade, met een muur eromheen en daar weer hekwerk bovenop.’ (p. 56) Het gebouw heeft drie verdiepingen en ziet er imposant uit. Ook van binnen maakt het gebouw veel indruk op Elenoor, en zijn veel donkere gangen en zolderkamers waarvan niemand weet wat er precies is. Het gebouw is vroeger een weeshuis geweest en Elenoor heeft het idee dat de geesten van de weeskinderen nog ronddolen in het gebouw, vooral ’s nachts hoort ze geluiden die ze niet kan plaatsen. Ze heeft meerdere malen het gevoel dat ze niet welkom is: ‘Aan het eind van de nacht is het geklop en gebons op de muren heviger dan ooit, evenals het geklop van mijn hart in mijn keel, en ik kan me niet onttrekken aan het akelige gevoel dat het gebouw van plan is om mij uit te spugen.’ (p. 190)
Dat het verhaal zich in 2013 afspeelt, blijkt op de laatste pagina, maar dat het zich afspeelt in het recente verleden kun je eigenlijk al opmaken uit de eerste zin: ‘Ik heb zin om iets geks te doen en het wordt het huren van een Greenwheels-auto om mee naar Nieuw-Sloten te rijden.’ (p. 7) Greenwheels is typisch iets van deze tijd. Ook uitspraken als ‘je touchscreen zuigt,’ (p. 8) zijn perfect in deze tijd te plaatsen.

Stijl

Dialoog en beschrijving zijn goed in balans, maar het zijn vooral de dialogen die typerend zijn voor de stijl. Ze zijn vaak grappig en levensecht.
‘En Alexander?’ vraag ik.
‘Alexander heeft ook de deur dicht.’
‘Waarom noemt Reve hem zuster?’
‘O, dat! Dat is uit een gedicht. Hij zegt ook weleens zuster Imma-nog-wat… Toe? Help me! Immaculata, kan dat? Je moet het Reve zelf maar vragen.’ (p. 91
De beschrijvingen die je leest zijn allemaal vanuit Elenoors gedachten geschreven. Ze heeft oog voor details en haar associaties zijn soms een beetje raar maar daardoor ook grappig om te lezen. 
‘Het is aangenaam in deze kamer. Op een uiterst prettige manier word ik erdoor omarmd. Het is alsof niet ik de kamer ben binnengegaan, maar alsof de kamer zich om mij heen drapeert, en ik snap ineens erg goed waarom Annerie er zo weinig naar solliciteert om ergens anders te zijn dan hier.’ (p. 92)

Slotzin

Mooi, mooi. Dan kunnen we door.

Categorieën123