De blauwe nacht (beschrijving)

Auteur Jan Siebelink

Uitgegeven 2014 

Flaptekst 

Het is begin jaren zestig in Parijs, de tijd van de oas, de rechts-extremistische terreurorganisatie die met bomaanslagen strijd voert tegen de afscheiding van Algerije. 
De hypersensitieve Simon is in de herfst van zijn leven en beleeft alles met een ongekende intensiteit. In koorts levert hij zich over aan een grootse dissertatie over het fin de siècle, waarin hij alles wat hem beroert probeert te verenigen. De woelige opstandige stad, zijn eigen onrustig overspelig hart, zijn liefde voor literatuur en schoonheid gaan een ongelofelijk verband aan in zijn verbeelding en in de werkelijkheid. In een droomachtige sneeuwnacht komt ten slotte alles tot een uitbarsting. 

Eerste zin 

Hij was in staat geweest haar te doden. Van die aandrift was niets meer over. Er was iets anders voor in de plaats gekomen. Daar kon hij nog geen woorden voor vinden. 

Samenvatting 

Simon Aardewijn (op zijn Frans: Meneer Vinterre) is een gepensioneerd ambtenaar. Hij woont in het stadje Médan onder Parijs en is getrouwd met de aardige Martha. Hij heeft een dochter Elsa en een kleindochter Cielke. Hij is op late leeftijd nog met een dissertatie gestart over de Franse schrijver/filosoof Huysmans uit het fin de siècle van de negentiende eeuw. De tijd van de roman is erg roerig: het is Parijs begin jaren ’60 en er zijn aanslagen  door de OAS. Hij hoort aan het begin van de roman dat zijn oude promotor plotseling overleden is.
Deel I: Sneeuw: hij verlaat woedend het hotel van Judith en gaat naar de garage waar zijn auto geparkeerd staat. Ondanks alle waarschuwingen gaat hij rijden.
Deel II: Aardewijn ontsnapt als bij toeval aan zo’n aanslag op een terras. Een bedelaar pleegt een zelfmoordaanslag. Even daarvoor heeft hij op het terras een Nederlandse vrouw ontmoet, Judith Tempelman. Hij voelt meteen aan dat hij met haar iets kan beginnen, want Simon neemt het niet zo nauw met huwelijkstrouw. Ze rijdt met hem mee in de ambulance. Simon overleeft de aanslag en zoekt daarna contact met Judith die in een boekwinkel werkt: hij wil een afspraak met haar maken.
Deel III: Dat lukt en hij gaat met haar mee naar een hotelkamer. Ze wil seks met hem, maar hij houdt dat nog even af. Eerst werkt hij een nummertje af met een Dominicaanse hoer. Daarna keert hij terug naar Judith en heeft dan wel seks met hem: goddelijke seks ervaart hij. Ze geeft hem bovendien een bomscherf die uit zijn schouder is geplukt.
Hij krijgt een nieuwe promotor  toegewezen: Rein Berghout en die gaat hij in Leiden opzoeken. Die heeft een heel leuke en jongere vrouw Emmy. Meteen voelt Simon weer dat er iets mogelijk is.
De aanslagen in Parijs gaan gewoon door: een 4-jarig meisje Delphine wordt slachtoffer van zo’n aanslag en Simon trekt zich haar lot erg aan. Zelf is hij er immers net aan ontkomen. Hij gaat naar het ziekenhuis en hij laat haar (blauwe) bloemen bezorgen. Intussen blijft hij afspraken maken met de jongere Judith om seks met haar te hebben. Ze is anders dan zijn vrouw: kan geen kinderen krijgen, omdat “alles is weggehaald.” Hij is er wel bang voor dat zijn vrouw Martha erachter komt en weg wil gaan bij hem. Want alleen met haar zou hij kunnen samenwonen. Intussen wordt ook het een en ander duidelijk omtrent zijn relatie met zijn dochter Elsa. Die is bijna erotisch van aard en zit dicht tegen het incestueuze aan.
Deel IV: Rein Berghout komt met vrouw en kinderen naar Parijs. Hij wil de woning van Emile Zola waarin Simon woont, wel eens zien. Simon die goed kan opschieten met Rein, voelt zich lichamelijk ook erg aangetrokken door Emmy. Maar hij blijft Judith ook ontmoeten: ze is dol op seks en wil iets spannends doen: hij gaat met haar naar de hoeren en ze halen iets uit met zijn drieën wat haar erg opwindt.
Deel V: Simon gaat gastcolleges geven in Leiden, wat een groot succes is. Wanneer Rein in Engeland is, zorgt Emmy dat ze hem kan ontmoeten: ze hebben seks op het strand van Kijkduin en nemen hun intrek in een hotel. Ook later spreken ze nog een keer af. Simon denkt dat Rein het doorheeft en merkt een verandering in diens houding. Emmy begint zich op te dringen en wel op een manier waardoor Martha en Elsa argwaan krijgen. Op een borrel na afloop van een lezing wil hij haar lozen: ze geeft hem een envelop. Elsa ziet dat.
In de diverse delen is ook nog sprake van een Algerijnse student die hij ontmoet: eerst steelt de jongen een studieboek, dat Simon voor hem betaalt, later gaat hij de jongen lesgeven, maar hij blijkt zich nooit als student te hebben ingeschreven. Dat kan ook wel kloppen, want de jongen pleegt later ook een zelfmoordaanslag. Hij ziet hoe de jongen wordt afgevoerd.
Deel VI: Er verandert iets in de  houding van Judith. Ze wil meer bewust gaan leven, ze gaat mediteren in een klooster en wil daarna niet meer dat hij haar penetreert. Intussen is Emmy naar Parijs afgereisd, maar de laffe Simon wil haar niet van het station afhalen. Hij laat dat karweitje door Elsa verrichten en kijkt vanaf een afstandje toe. Judith wil toch weer even de band aanhalen: ze belt hem vanaf de meditatiecursus op en zegt dat de goeroe seks met haar wil, maar dat het een vies mannetje is. Toch spreken ze later weer af. Ze laat hem dichtbij haar komen, maar wijst hem tenslotte weer lichamelijk af. Hij had een ring voor haar laten maken met de bomscherf erin verwerkt. Ze wil wel bij hem liggen, maar ze wil geen seks meer met hem. Hij wordt woedend en verkracht haar bijna. Hij kan haar ook wel vermoorden, maar gaat bijtijds weg. Het is een ijzige sneeuwnacht en het is gevaarlijk om naar huis (Médan) te rijden.
Deel VII: Sneeuw: vervolg van deel I. Het is gevaarlijk onderweg: hij begint te hallucineren. Het is maar de vraag of alles werkelijk gebeurt wat er in dit deel wordt beschreven: een dodelijk ongeluk met een andere auto, een door hem aangereden dier, een bezoek aan zijn dochter met een bijna incestueuze situatie. Maar aan het einde van het verhaal kun je wel merken dat Simon iets overkomt. Hij zit in zijn auto en hij maakt zich los van deze wereld. Er is een parallel met de Bijbelse Henoch die ook door God werd meegenomen. Zoiets overkomt Simon Aardewijn ook.

Personages

Rein Berghout
Rein is de tweede promotor van Simon. Aanvankelijk kunnen ze goed met elkaar opschieten. Hij wil Simon wel een andere richting met zijn proefschrift sturen, maar dat lijkt te lukken. Omdat Simon niet van Emmy kan afblijven, verandert de houding van Rein. Hij zegt afspraken af en laat op den duur zelfs niets van zich horen. Waarschijnlijk is hij door Emmy op de hoogte gebracht, waarbij zij de rol van Potifars vrouw heeft gespeeld (zie het motto).

Emmy Berghout
Emmy is getrouwd met de veel oudere hoogleraar Rein. Je zou verwachten dat ze met een jongere man zou willen vreemdgaan, maar nee, ze pakt de nog oudere Simon. Omdat ze hem te dicht op de huid zit, wil hij niet verder met haar. Emmy is slim genoeg om afspraken te regelen, maar als ze naar Parijs komt, heeft ze zich toch vergist. Ze krijgt dan Emmy tegenover zich. ze reist naar huis en vertelt Rein haar eigen versie van de Bijbelse Potifarsvrouw-passage.

Simon Aardewijn
Simon is al gepensioneerd, heeft een aardige vrouw Martha en een bijdehante dochter. Maar hij is erg gecharmeerd van andere vrouwen. Hij voelt meteen aan of er iets mee te beginnen is. Het is in het Parijs van de jaren zestig: hij begint een overspelige en vooral seksuele relatie met Judith Tempelman. En de vrouw van zijn promotor, Emmy Berghout, is ook een gewillige prooi die zich zelf komt aanbieden. Maar van haar heeft hij snel genoegd. Simon is echter te laf om haar recht in haar gezicht te vertellen dat hij de relatie wil beëindigen. Hij laat dat door zijn dochter opknappen.Dubieus is ook zijn bijna incestueuze relatie met zijn dochter Elsa. Wanneer hij niet in de daad zelf iets met haar uithaalt, dan toch in ieder geval in zijn dromen en fantasieën. Elsa is jaloers op de andere minnaressen van haar vader. Daarnaast speelt nog een mogelijkheid van homoseksuele aard: de Algerijnse student Ahmed heeft ook zijn bijzondere belangstelling. Hij wil de jongen verder helpen, maar misschien ook wel vanwege eigen baatzucht. Het blijkt een terrorist te zijn. Maar hoe seksueel hij ook gericht is: (hij bezoekt voor zijn pure genot ook nog gekleurde hoeren) hij wil zijn vrouw niet verlaten. Sterker nog, hij is heel bang dat ze haar koffers zal pakken en hem alleen achterlaat. Toch kan hij het niet uitstaan dat Judith geen seks meer met hem wil en hij dwingt dat bijna af door een verkrachting. Hij zou haar kunnen vermoorden. Wanneer hij bij haar weggaat, stapt hij in een gevaarlijke nacht met veel sneeuw in zijn auto. het heeft er alles van weg dat Simon sterft. Hij kan zijn dissertatie die hij op late leeftijd is begonnen dan niet voltooien.

Martha Aardewijn
Martha lijkt een liefhebbende en verstandige echtgenoot op de achtergrond. Ze raakt niet zo snel van haar stuk. Ze heeft wel door dat Emmy een verkeerde vrouw voor Simon is. Ze is vrij naïef als Simon weer eens afbelt om de nacht met Judith te kunnen doorbrengen. Ze lijkt haar ziel en zaligheid te hebben gestopt in het opvoeden van haar kleindochter Cielke.

Judith Tempelman
Ze ontmoet Simon bij toeval, maar na de bomaanslag blijft ze bij hem. ze is gescheiden maar wil eerst wel seks. Later komt ze wat tot bezinning en na een meditatiecursus wil ze geen penetratie van Simon meer. Dat komt haar bijna duur te staan. 

Thematiek

Zin van het bestaan / zin van het leven

Het is moeilijk om het centrale thema in de roman aan te geven. Simon Aardewijn probeert zijn leven zin te geven in het schrijven van een dissertatie over de schrijver Huysmans, het in stand houden van zijn huwelijk met Martha zonder wie hij niet kan leven en het aangaan van seksuele relaties met andere vrouwen als Judith, Emmy en met hoeren. Ook de relatie met zijn dochter Elsa is van groot belang voor zijn bestaan. Maar in lang niet alles slaagt Simon Aardewijn. Vandaar dat de desillusie een motief is in deze roman. Het blauwe in de titel en in de vele terugkerende passages waarin blauw een rol speelt, is de kleur van de hoop. 

Motieven

Verkrachting/seksualiteit
In zijn relatie met Judith komt het tot bizarre vormen van seks. Als ze hem aan het einde van de roman lichamelijk weigert, probeer hij haar te verkrachten.

Moeizame liefdesrelaties
Simon heeft een aantal moeilijke liefdesrelaties. Hij voelt aan wanneer vrouwen voor hem vallen. Dat gebeurt bij Judith en bij Emmy. Met Emmy heeft hij het gauw gezien. Judith wil op een bepaald moment geen seks meer. Dat kan hij maar moeilijk verkroppen.

Vader-dochterrelatie
Simon heeft een bizarre relatie met zijn dochter. In zijn droom- en fantasiewereld lijkt die relatie bijna incestueus. Elsa geeft ook aan dat ze jaloers is op zijn minnaressen. Ze vindt het niet erg dat ze erop uit moet om Emmy van het station af te halen en haar te vertellen dat haar vader er niet is. In het laatste deel hallucineert Simon over zijn relatie met haar, opnieuw een bijna incestueuze situatie.

Desillusie
Simon wil aan het einde van zijn leven nog een dissertatie maken over de schrijver Huysmans van wie hij een boek heeft vertaald. Het gaat dan om het verklaren van het gevoel van de fin de siècle. Siebelink vertaalde dat boek zelf trouwens ook. Maar zijn eerste promotor sterft en met zijn tweede promotor verknalt hij de relatie door met diens vrouw overspel te plegen. De dissertatie komt op die manier niet af.

Dood
De dood speelt een centrale rol in het Parijs van die tijd. Er worden aanslagen gepleegd door het Algerijnse Bevrijdingsfront, waarbij veel Parijzenaars het leven laten. Simon ontsnapt aan de zelfmoordaanslag op het terras, maar sterft uiteindelijk toch.

Prostitutie
Simon zoekt zijn genot ook bij de gekleurde hoeren in Parijs. Ze verschaffen hem puur plezier. Hij gaat zelfs een keer met Judith naar de hoeren, omdat ze iets spannends wil beleven.

Overspel
Simon heeft een relatief goede relatie met Martha. Desalniettemin gaat hij vreemd door seks te hebben met Emmy en Judith. 

Motto 

Er zijn twee motto’s. Het eerste is Bijbels.

“De vrouw van Potifar sloeg de ogen op Jozef en ze zei: “Kom bij me liggen/ Maar hij weigerde {….] En de vrouw van Potifar zei ’s avonds tegen haar man: “Die Hebreeuwse slaaf wilde bij mij liggen, maar ik verhief mijn stem. Toen ontbrandde Potifar in toorn. (Genesis 39: 1-23)
Dit motto verwijst o.a. naar de relatie tussen Simon en Emmy. Zij wil hem graag hebben, maar Simon heeft er geen zin meer in. Thuisgekomen uit Parijs zal ze waarschijnlijk een verhaal ophangen aan haar man Rein, de promotor van Simon, dat de inhoud heeft van het citaat over Potifars vrouw.
Het tweede motto is een Frans citaat van Charles Baudelaire.
“Là. tout n’ést qu órdre en beauté. Luxe. calme et volupté. 

Vertaling: Daar is alles slechts schoonheid, weelde, rust en wellust.
De roman is er inderdaad één van luxe en wellust (Simon).

Opdracht 

Voor Gem

Titelverklaring 

De titel komt in de roman op blz. 213 letterlijk voor, zij het dan in een Franse vertaling.
In de stationshal schreeuwde een krantenjongen: “Attentat, boulevard Sébasto. Attentat Boul “Mich! Douze morts. La nuit bleue!”
La nuit bleue is een bekende uitdrukking voor een reeks aanslagen die na elkaar worden gepleegd. Er wordt dan vrijwel altijd verwezen naar de gepleegde aanslagen van de OAS. Die aanslagen komen ook herhaaldelijk in deze roman voor. En waarschijnlijk is de nacht waarin Simon sterft ook een blauwe nacht.
Maar wat verder opvalt in dit verhaal is dat er vaak over de kleur blauw wordt gesproken en dat die kleur wordt benadrukt (blauwe hemel, Simon stuurt het gewonde meisje Delphine blauwe bloemen, de dochter van Elsa wil blauw bestek, citaat in de roman “Blauw is de kleur van de hoop”).

Structuur & perspectief 

Er zijn zeven delen, waarvan Deel I en VII nauw aan elkaar verbonden zijn. In feite vormen ze het kader van het verhaalheden waarin het verleden geklemd zit. Deze twee delen dragen de titel Sneeuw, de andere delen hebben geen titel. De delen II t/m VII worden onderverdeeld in korte hoofdstukken die geen titel hebben. Ze worden van elkaar gescheiden door witregels. De delen II t/m VI worden chronologisch verteld met af en toe een korte herinnering naar het verleden. Het perspectief berust in de gehele roman bij de gepensioneerde ambtenaar Simon Aardeijn. Hij is een personale verteller in de o.v.t.
Er zijn nogal wat Franse dialogen in deze roman. Siebelink heeft ervoor gekozen die in een verklarende woordenlijst op te nemen.

Decor 

De tijd en het decor van het verhaal is het Parijs van de beginjaren zestig. Algerije voert een onafhankelijkheidsstrijd met de OAS en hoopt die onafhankelijkheid te bereiken door veel aanslagen in Parijs te plegen. Die lopen dan ook als een rode draad door het verhaal. Bij een van die aanslagen ontmoet Simon Aardewijn Judith, met wie hij een affaire begint.
Er worden door de schrijver zelf geen jaartallen gebruikt, wel is er sprake van 29 december aan het einde van de roman. Maar het jaartal wordt er niet bij vermeld. Simon Aardewijn verblijft veel in Parijs om de bibliotheek te bezoeken voor het werken aan zijn dissertatie. Hij woon echter in een kleine plaats onder Parijs: Médan, in het oude huis van de naturalist Emile Zola. Omdat hij wil promoveren heeft hij contacten in Nederland. Zijn nieuwe promotor is Rein Berghout en die woont in Den Haag. Simon geeft af en toe gastcolleges in Leiden.

Stijl 

De stijl waarin de roman is geschreven is wel de typische Siebelinkstijl.  Goed te volgen in zijn zinnen en helder in woordgebruik. Siebelink is altijd gedoseerd in zijn metaforen, maar meestal zijn die treffend. Er zijn enkele passages met een wat filosofisch getinte inhoud, vooral daar waar wordt gesproken over de dissertatie van Huysmans en het gevoel van het fin de siècle. Ook in de vrijpartijen van Judith en Simon wordt gesproken over het Heilige, het Mysterie van de Liefde.
Siebelink heeft er ook voor gekozen om de dialogen tussen Simon en Franse personages  in het Frans weer te geven. Hij is lang leraar Frans geweest op een middelbare school. Om de gemiddelde lezer ter wille te zijn, is er een lijst met verklaringen aan het verhaal en paginaverwijzingen toegevoegd. 
Aangezien Siebelink en zijn personage Simon Aardewijn streng gereformeerd zijn opgevoed is dat in deze roman ook te zien aan de verwijzingen naar de Bijbel. Een aantal voorbeelden daarvan: 
– het motto van Potifars vrouw, dat in de roman ook nog verwijst naar de relatie van  Simon met Emmy.
–  (blz. 210) Ze keek hem niet aan, haar hoofd naar haar schoot gericht. De Klaagliederen van Jeremia schoten hem te binnen: “Een schoot die niet heeft gebaard, borsten die niet gezoogd hebben …”
-(blz. 223) … en op dat moment herinnerde hij zich uit Genesis: de overste van de bakkers die na Jozefs droomuitleg in Egypte wordt opgehangen op bevel van de Farao. ”En al het vlees werd door roofvogels van hem afgebeten.”
-(blz. 250) Hij liet haar zijn vinger zien, onderging een heftige emotie omdat oude woorden en begrippen mee naar boven kwamen: offerbloed, de bloedstorting van het Lam Gods, de dorpels die de Israëlieten in Egypte met bloed bestreken, opdat de engel des doods hun deur zou voorbij gaan. Zoenbloed. Akeldama. Bloedakker in het dal van Hinnom.
-(blz. 283) Ze doemden op uit een troebele zone, diep in hem, van lang geleden, uit de diepte van talloze, angstige situaties… Henoch is de zoon van Jered. De Heere nam hem weg op hoge leeftijd, zodat hij de dood niet zou zien.

Dit citaat wijst ook naar de slotzin, waarin wordt gezegd dat Simon Aardewijn de dood niet zou zien. Hij wordt blijkbaar ook “weggenomen.” 

Slotzin 

Een grote rust overviel hem. Hij had er vaak naar verlangd. Simon begreep. Als de grote profeet Elia- o ruiteren Israëls- werd opgenomen en meegevoerd. Simon Aardewijn zou de dood niet zien.

 

Categorieën123